fbpx
inspiratie blog

over kleine grote meisjes en de zee

Misschien ken je mijn lieve collega-vriendin Jolanda van Millingen? Ze komt nogal eens met een idee voor een nieuwe workshop. Zo kwam ze een paar jaar geleden met dat ze een workshop Moeder-dochter wilde gaan geven. En ik vroeg me oprecht af, wie in vredesnaam zo’n workshop zou willen volgen. En die workshop loopt als een dolle. Velen dus. En natuurlijk het dat alles over mij dat ik zo’n workshop niet zag zitten. Want hoezo zou de relatie met mijn moeder invloed hebben op hoe ik nu in het leven sta?

Toen ik de eerste keer zwanger was, was ik zooooo blij bij de echo dat het een jongetje bleek te zijn. Leek me simpeler, overzichtelijker. Ik had sowieso al ernstig mijn twijfels of dat moederschap nou wel zo mijn ding zou zijn. En om dan meteen maar de in mijn ogen meest ingewikkelde relatie aan te gaan namelijk die met een dochter….nee dank u!
Dus ik kon lekker proefdraaien op oudste. En was na drie jaar proefdraaien wel toe aan ‘weer eentje’. En wat was ik blij dat dit wél een meisje was!

En wat ben ik nog steeds heerlijk blij met mijn/ons meisje. Al bij de zwangerschap zelf was het anders dan met de jongens. Meer een onderdeel van mij, meer symbiose, ze voegde gewoon naar mijn lijf. Bewoog mee binnen mijn grenzen, een verlengstukje van mij. En dat bleef ze, een mensje met zo dezelfde energie, behoeftes en trekjes, dat ze mij nul energie kost. We kunnen uren, dagen, weken samen zijn zonder gedoe, het gaat natuurlijk.

En hoe lekker dat ook is, het is zo gezond dat ook dat gaat veranderen. En dat dus was waar ik bij oudste nog niet zo aan toe was gaat ontstaan. Dat moment dat een meisje zich los gaat maken van haar moeder. Want hellup, wat een klus voor beide kanten. Om én die waanzinnig sterke band te hebben én steeds meer op eigen pootjes te gaan staan. Voor haar lastig, voor mij ook. Want oh wat is die cosy bubble die we samen hebben fijn.

Gisteren was ik wat verongelijkt over een actietje bij de Leen Bakker. Ik wilde afrekenen, had de zakelijke pinpas mee, en wist de code niet meer. Dus ik stelde voor dat anderen even voor gaan tot ik de code heb gevonden (lees: echtgenoot heb gebeld). Duurde niet lang, code gevonden en ik wil afrekenen. Vond de man van de kassa niet zo logisch, ik moest weer helemaal achteraan in de rij. Vond ik weer niet logisch. En dan staat er wel een donderwolkje op mijn voorhoofd en probeer ik uit te leggen dat ik dat toch wel een beetje bijzonder vind. En dochter staat er bij met een gezicht van ‘ik hoor hier niet bij, dit is mijn moeder niet’. Nou echt hè, als ik me in moet houden bijvoorbeeld omdat mijn dochter zich schaamt, heb ik het extra moeilijk! Voor je het weet komt het er dan juist dubbel en dwars uit.

Ik vraag haar later in de auto of ze het oneens was met me. En ze zwijgt. En ik denk shit, ik wil dus gewoon een dochter die het oneens met me durft te zijn. Eentje die later gewoon durft te zeggen dat ze het cadeautje dat ik gekocht heb niet mooi vindt, die durft te zeggen dat ik haar kinderen teveel dit of dat doe, die tegen durft te sputteren. En dat vindt ze nu nog lastig. ‘Ja maar mama, als ik dan zeg dat ik het niet met je eens ben dan ga jij je argumenten herhalen. Dan hou ik liever mijn mond.’ Tja, jeetje. En als ik ga doen alsof ik het met haar eens ben omdat ik wil dat ze leert dat ze het oneens met me mag zijn, klopt er ook iets niet. Juist dat, het niet eens zijn van beide kanten en dan weten, voelen, geloven, vertrouwen dat de relatie toch helemaal goed, fijn en liefdevol kan zijn. Dat is opgroeien. En dat is wat ik mijn dochter gun. En dat ik daarvoor de komende jaren ook geregeld zal moeten slikken, afstand zal moeten bewaren als ze ruimte nodig heeft, ja moet zeggen als ik nee denk, oftewel een platform moet bieden om haar haar autonomie te laten ontdekken, dat is wat ik te doen heb. Kleine meisjes worden groot, vliegen uit, om daarna weer terug te kunnen komen. Net als die vrouw van de zee, een heleboel blogjes en voor mijn gevoel een eeuwigheid geleden, weet je hem nog? Als ik mag gaan, kan ik blijven. Als ik mag gaan, kan ik terugkomen.

Tot morgen,
Cathelijne