fbpx
inspiratie blog

Naar de tandarts

We kunnen zelfs weer naar de tandarts, is dat even fijn! Tandarts is een project op zich, want onze tandarts zit in Bloemendaal. Da’s een uur rijden. Nee niet praktisch, ja wel fijn. Want tandarts naar mijn hart. We zijn er in ons gezin namelijk bijna allemaal niet zo dol op. En wat mijn kinderen alledrie al echt helemaal niet trekken is een tandarts die zegt: ‘als het niet gaat steek je je hand op dan stop ik’. En dat ze dan die hand opsteken en de tandarts niet stopt maar zegt: ‘ik ben er bijna, nog heel even volhouden.’. 

Kijk, daar houden wij Wildervanck-Spekjes dus niet zo van. En dat vind ik ook nog best wel logisch. Aan de ene kant heeft dat te maken met waarden. Als je eerlijkheid en betrouwbaarheid belangrijk vindt, dan vindt je zoiets als dit een ding. Maar het is ook biologisch: een kat in het nauw wil uit het nauw kunnen. En als dat niet kan, dan bevriest ‘ie van binnen. In de tandartsstoel voel je je al gauw als een kat in het nauw. Als je dan wél het gevoel van controle hebt, door een afspraak van iets met hand opsteken en dat je ervaart dat daar ook écht naar geluisterd wordt, dan helpt dat. Als er níet geluisterd wordt en je wordt overruled, dan moet je lichaam wel naar een freeze toe gaan.

Veel mensen zijn in een freeze beland zonder dat door te hebben. Veel kleine momenten van freeze zonder dat er een un-freeze op volgt, maakt dat je lichaam niet beter weet dan zich koest te houden. Niet meer te vertellen wat het nodig heeft, niet meer te protesteren, niet meer te voelen. En dat is superhandig kan ik vertellen. Want een lichaam dat jou niet meer tegenhoudt als je te ver gaat, dat niet vertelt dat het moe is, dat niet vertelt dat het verdrietig is of bang of ontevreden, dat is een lichaam dat werkt als een machine. Doorgaan doorgaan doorgaan. Werkt als een dolle!Tot het op is. En dan zijn we ‘ineens’ burn-out, depressief of ontwikkelen gekke onverklaarbare vage klachten (van slaapproblemen tot allergieën en alles dat er tussen zit). Ik weet er alles van en ben nog steeds lerende in voelen en er naar luisteren.

Terug naar de tandartsstoel. Het ene moment is mijn jochie nog een blije spring-in-het-veld, het volgende moment zie ik het konijntje-kijkt-in-koplamp-effect. Dat is de bevries-reactie. Die is natuurlijk, die doet zich voor als het gevoelsbrein in een fractie van een seconde beslist ‘hier heeft vechten of vluchten geen zin meer’. Kenmerken van de bevries-reactie is dat je je lichaam niet meer voelt, dat je ademhaling wat stokt, je kunt aan de ogen zien dat iemand niet echt meer ‘ziet’. De bevries-reactie is heel natuurlijk. Maar (dikke maar!) biologisch bezien zijn we ertoe uitgerust om als het gevaar geweken is, weet uit de bevriezing te komen. En in onze moderne wereld, houden we dat proces vaak tegen. Met als gevolg dat je een beetje bevroren blijft, zonder dat je het zelf echt door hebt (immers je bent bevroren en dan voel je dat niet). Dieren weten er weer uit te komen als het gevaar verdwenen is, ze gaan huppelen, gek doen, geluiden maken. Alles om maar weer in beweging te komen en de schrik af te schudden. 

Nou zou het kunnen overkomen dat er bij ons met fluwelen handschoenen wordt opgevoed en volgens mij valt dat wel mee. Maar je hebt soorten van stootjes. Stootjes die komen en meteen ook weer gaan, en stootjes die je lichaam op stand ‘blokkeren’ zetten. En welk stootje wat doet, is dus niet voor logica vatbaar. Dat is niet je denk-brein maar je emotionele brein die dat bepaalt. Dus je kunt zelf wel vinden dat je je aanstelt maar dat is dus gewoon niet zo. Je lichaam heeft wat dat betreft toch echt het laatste woord. Waar je wel en niet op reageert heeft ook weer te maken met ervaringen uit het verleden. En elk mens heeft een ander ervaringsrepertoire dus je kunt gewoon bijna niet voor een ander bepalen dat iets aanstellerij is en dat het wel meevalt. Dus als ouder (of als tandarts) zeggen: ‘kom op, even volhouden zo erg is het allemaal niet’, heeft niet zoveel zin. In mijn ogen bestaat aanstellerij dus ook gewoon niet. Hooguit dat iemand last heeft van iets waar jij je weinig bij kan voorstellen.

Dus we lopen naar de auto en ik voel dat hij nog niet helemaal terug is. En met zijn grote broer erbij komt dat wel goed, rijden we terug en luisteren we muziek, kletsen, maken steeds wat meer lol en zie ik hem weer ontspannen. En als we thuis zijn en zijn vader vraagt hoe het bij de tandarts was is zijn reactie ‘Huh, wat? Tandarts?’. Want dat is ook dan weer onze jongste: lekker in het nu. 

Tot morgen,

Cathelijne