fbpx

Over spiegelneuronen en het schaamtemonster

Cathelijne: “Ik moest er laatst weer aan denken, hoe ik achteraf bezien met mijn eigen gedachten de boel voor mezelf verknald had. Ik was negentien en had een aantal jaren van hard trainen achter de rug. Ik roeide. Toen ik ging studeren, meldde ik me bij de studentenroeivereniging aan, en ik werd enthousiast binnengehaald. Ik zou mee gaan doen met de selectie van de tweedejaars-roeiploeg. Nou is lang niet iedereen bekend met de roeisport, dus ik zal even schetsen hoe je leven er dan uitziet. Dagelijks twee uur trainen, vroeg naar bed, geen alcohol. Met alles erop en eraan ben je zeker zo’n twintig uur per week met die sport bezig, best pittig dus. Maar dat was niet het probleem voor mij. Het probleem was de selectie. Vonden ze me wel goed genoeg? Waren mijn scores wel hoog genoeg? Was mijn vetpercentage niet te hoog? Vonden ze me wel aardig? Twijfel, twijfel, twijfel.

Achteraf bezien was er op dat vetpercentage na geen enkele reden om te betwijfelen of ik door de selectie heen zou komen. Sterker nog, de coach zei later nog dat mijn plek eigenlijk al gegarandeerd was. Alleen dat vertelde niemand mij natuurlijk tijdens de selectie. Dus ik twijfelde me suf en had allerlei doemscenario’s in mijn hoofd. Uiteindelijk snap je dat mijn lijf het begaf onder de combinatie keihard trainen en zoveel negatieve gedachten in mijn hoofd; overtraind. De rest ging verder. Het bootje ging best hard, dus mijn ploeg draaide dat jaar aan de Nederlandse top mee. En ik stond erbij en keek ernaar, want het scheepje voer dus zonder mij. Toen was ik boos ‘dat ze me geen kans hadden gegeven om te herstellen van mijn overtraind zijn’. Nu snap ik dat ik het echt helemaal zelf heb gedaan. Zo creëer je je eigen stress. 

Je zou denken dat ik door deze ervaring wat geleerd had, maar nee hoor. De ‘vinden ze me wel goed genoeg gedachte’ zat behoorlijk stevig in al mijn vezels verankerd. Dus toen ik na mijn studie mijn eerste baan kreeg, zat ik best snel in de stress-kreukels. En mijn tweede baan ging eigenlijk niet anders. Ik kon het werk wel doen, maar saboteerde mijn eigen werkplezier met mijn onzekerheid. Daar kon ik letterlijk wakker van liggen.”

’Succes is 30% vaardigheden, 70% psychologie.’ Deze uitspraak is eigenlijk op ongeveer elke context te plakken. Op oliebollen die het hele jaar goed gaan maar met oudjaar ineens finaal mislukken, het behangen van een muurtje, het volgen van een dieet, het vragen van salarisverhoging, het geven van een presentatie… Allemaal dingen die qua techniek meestal niet zo lastig zijn, maar als je er bij gaat nádenken werk je jezelf vaak enorm in de nesten. Anders gezegd: het roeien was niet zo moeilijk, die baan ook niet, maar het piekeren erover had de boel mooi verknald.

Hier ben ik vast niet de enige in. Hebben we niet allemaal interne stemmetjes die het ons bij tijd en wijle heel erg lastig maken? Stemmetjes die ons vertellen wat we niet kunnen, wat anderen van ons vinden, wat we te snel, te slecht, te druk, te weet ik veel wat doen? Dat het dus bijna nooit goed genoeg is hoe we zijn en wat we doen? Zo moeten we de eerste persoon nog tegenkomen die na een sollicitatiegesprek positief gaat piekeren: ‘ze gaan vast mij kiezen, het salaris zal ik vast geweldig vinden en oh wat kan ik me nu al verheugen op mijn leuke collega’s’. Nee, als we iets graag willen gaan we de ‘wat-als-niet-enzovoorts’ gedachten laten prevaleren. Zonde!

Denk jij ook geregeld dingen (over jezelf) die eigenlijk helemaal niet zo handig zijn? Eerlijk gezegd kennen wij weinig mensen die oprecht dagelijks denken: wat ben ik toch een leuk mens, wat doe ik dit toch handig, wat ben ik toch aardig etc. Je zou eens verwaand overkomen, nietwaar? En vaak vinden mensen het een beetje nep om positieve gedachten over zichzelf te hebben of te creëren. Wat op zich best gek is, want het is net zo nep om steeds maar te denken ‘wat heb ik toch een dikke kont’ als je die eigenlijk naar maatstaven van anderen niet hebt. Mensen hebben dus veelal hun eigen waarheden en logica gecreëerd. Denk aan:

  • mijn werkgever stelt altijd onredelijke verzoeken en daarom ben ik nu helemaal op(gebrand)
  • er wordt nooit naar me geluisterd
  • ik moet voor iedereen klaarstaan
  • je kunt gewoon niet iedereen vertrouwen
  • het is belangrijk om alles onder controle te hebben
  • mijn kinderen zijn te druk
  • als ik het niet doe, doet niemand het
  • ik kan mijn werk niet goed doen vanwege de bureaucratie
  • je kunt niet altijd op mensen rekenen
  • ook al vind ik mijn baan saai, het is wel het beste wat ik nu heb 
  • ik heb nergens zin in dus kom ik mijn bed niet uit
  • geld verdienen met wat ik leuk vind? Ach, daar is toch geen droog brood mee te verdienen!
  • je moet niet teveel op dezelfde mensen leunen

 Is dit wel zo? Kloppen de beweringen die jij voor waarheid aanneemt? Vaak niet, maar daar komen we zo op. Het gaat erom: leg jij jezelf ook soortgelijke begrenzingen op? Want dat zijn het natuurlijk. Niemand heeft meer last van deze gedachten dan jij. En het cliché is maar al te waar: voor je het weet is er twintig jaar voorbij en heb je alle feestjes, lol, vrienden, opslag, gewichtsverlies, kansen en mogelijkheden die er voor je klaarlagen gemist.

Slechte gedachten, slecht voor je lijf
Want je gedachten beïnvloeden wel degelijk je emoties. En je emoties bepalen voor een groot deel hoe jij handelt. Ook fysiek gebeurt er in je lijf van alles met gedachten. Je cellen luisteren zogezegd mee naar wat jij jezelf vertelt, welke prikkel jij ze geeft. Ken je het onderzoek van Masaru Emoto? Emoto was een Japanse onderzoeker die studeerde aan de Universiteit van Yokohama. Hij was voorzitter van de International Water for Life Foundation. Emoto deed onderzoek naar water, en verscheen daarmee in de film ‘What the bleep do we know?’. 

Zo deed hij water in speciale potjes en stelde het bloot aan een specifieke prikkel (zoals muziek of een woord) en vroor dat in zodat er waterkristallen ontstonden. Hij nam waar dat invloeden van buitenaf, zoals geluid (denk maar aan een mantra) en beeld (zoals foto’s en tekst) water qua energie beïnvloeden.
Prikkels met een positieve trilling (zoals liefde, of muziek van Bach) lieten mooie, harmonieuze waterkristallen zien, in tegenstelling tot prikkels met een negatieve trilling (zoals het woord haat of knetterharde muziek van Ramstein).

Water en gedachten hebben dus veel met elkaar te maken. En als je dan bedenkt dat een mens voor zo’n 70% uit water bestaat, is het niet gek dat jouw gedachten je cellen beïnvloeden. Misschien vind je het wat vaag, maar grote kans dat je het zelf ook ervaren hebt: als je een piekerdag hebt, voel je je anders dan als je allemaal leuke gedachten hebt gehad. Was het niet Peter Pan die het ruim een eeuw geleden al zo treffend verwoordde: “Think happy thoughts and you’ll fly”? Klinkt als blije-heppie-de-peppie-psychologie? Dat is wat mensen vaak denken, dat het een kunstje is. En nee, het werkt niet als je dochter overstuur uit school komt omdat haar beste vriendin gezegd heeft dat ze dikke billen heeft, om dan te zeggen: ‘hou eens op met zo negatief te denken, wat was er wél leuk’?

Het is niet een knop die je ‘even’ omzet. Het is een proces om steeds meer bezig te zijn met de welletjes dan de nietjes, om bezig te zijn met gedachten die je versterken en af te rekenen met die draakjes waar je ‘s nachts van wakker ligt. 

En dat proces kun je een mega-boost geven met onze NLP-opleidingen!

Nieuwsgierig geworden? Kom naar een 1-daagse workshop of schrijf je gewoon meteen in 🙂