fbpx

Denken in mogelijkheden

Wen je brein aan DIM-MEN in plaats van DIP-PEN. DIMMEN staat voor Denken In Mogelijkheden, DIPPEN staat voor Denken In Problemen.

Stel, er loopt iets mis in je zorgvuldig geplande schema. Meestal rete-irritant. Maar goed, je oppas zegt af waardoor je afspraak in de soep loopt (want daar kun je niet je kinderen mee naar toe nemen).. ‘Potverdorie! Ik had nu net dit of dat gepland, waarom loopt vandaag alles mis, wat nu? Zo last minute kan ik niets anders meer regelen, waarom houdt nooit iemand rekening met mijn schema?!…etc.”  DIPPEN dus.

Nu even de schakel omzetten in je brein. Welke mogelijkheden zie ik in deze verandering? Wellicht kun je je kinderen trouwens wel meenemen naar de afspraak ook al is dat vast niet HHH (maar bij navraag zit de ander er vaak minder mee dan je had gedacht en is het op dat moment een WWW).

En als het niet kan, verzet je de afspraak en maak je van de gelegenheid gebruik om even te genieten van quality time met de kids (want dat schoot er de laatste tijd bij in)? Met hun huiswerk helpen? En hoe handig is dit uurtje om even snel die veel te lange haren van de oudste te laten knippen? Mogelijkheden dus. DIMMEN.

Of zonder kinderen: er wordt een afspraak afgezegd. Ga je dit bijzonder vervelend vinden omdat je erop gerekend had? (vast wel de eerste paar minuten), of neem je die tijd om nog iets af te maken wat was blijven liggen? Of neem je die tijd om even lekker te shoppen/sporten/wandelen/de hond uit te laten/administratie te doen? Mogelijkheden. DIMMEN.

Nog zo eentje: als je je de laatste tijd niet zo lekker voelt en bij het bloedonderzoek blijkt dat je flinke tekorten hebt, is dat of heel naar en vervelend en oh, wat erg, hoe kan dit nu? Of je hebt de reden voor je lamlendigheid gevonden en er zit gelukkig voldoende ruimte voor verbetering in. Mogelijkheden.

Nu is dit uiteraard niet overal even simpel toe te passen, en vaak makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch, ook DIMMEN kan een standaard levensinstelling worden. Neuroplasticiteit betekent dat je hersenen kneedbaar zijn. Ze vormen zich ook op latere leeftijd nog steeds, op basis van onder meer ervaringen. Vergelijk je hersenen met je armspieren. Als je die frequent traint, worden ze sterker. Train je één arm, dan wordt die ene arm sterker en de andere niet. Hoe meer je bezig bent met wat je wél wil en wat je wél kan hoe meer je brein daar aan gaat wennen. Het wordt de nieuwe norm.

In eerste instantie was men geïnteresseerd in neuroplasticiteit op het gebied van vaardigheden. Als je veel wiskunde doet, krijg je dus vrij letterlijk een wiskundeknobbel. Als je een bepaalde vaardigheid vaak uitoefent, worden de verbindingen in je brein die samenhangen met die vaardigheid sterker en groeien er zelfs nieuwe verbindingen.
Dit geldt zoals gezegd ook voor emoties en gedachten. Als jij veel gedachten van een bepaalde categorie met een bijbehorende specifieke emotie hebt, dan worden de verbindingen die bij deze emotie horen sterker. En net zoals je de neiging hebt om je sterkste arm te gebruiken om te tillen, zo wil je brein het liefst de meest gebruikte neurologische paden activeren. Dus de meest gebruikte gevoelens, gedachten en gedragingen.

Maar dit proces is dus beïnvloedbaar. We zijn geen speelbal van ons brein. We hebben een heel specifiek deel in ons brein waarmee we controle kunnen nemen over wat, hoe en wanneer we voelen, denken en doen. Dat deel is de prefrontale cortex (PFC), maar die gebruiken we zelden bewust, simpelweg omdat de meeste mensen niet weten dat hij er is, en het dus ook niet actief kunnen trainen.

Toen je nog niet van de PFC gehoord had, dacht je wellicht zo is het nu eenmaal. Het leven is op dit moment verdrietig of verwarrend of boos makend. Voor jezelf, voor je kind, voor je partner. En dus zet je al je kwaliteiten in om met deze onplezierige toestand te dealen. Maar nu komt de naakte waarheid: door met een onplezierige toestand te dealen activeer je nog meer netwerken in je brein rondom dat vervelende gevoel. Dus als jij nadenkt over hoe je je onmacht op je werk beter kunt leren hanteren, zijn alle cellen die te maken hebben met onmacht keihard aan het verbinden.

Cathelijne: “Een van onze kinderen had ineens gezanik op school. Hij bleek voorzichtig gezegd ‘een beetje te brutaal’ te doen. Nu hadden wij wel door wat daar voor sturing achter zat en hadden dus best begrip voor het mannetje. Maar echt handig is het niet om leraren tegen je in het harnas te jagen, dus vroegen wij hem of hij zelf wist wanneer hij te ver ging. Wanneer hij de grens van grappig bijdehand naar brutaal overschreed. Ja, dat wist hij eigenlijk wel. Volgende vraag: ‘Zou je op tijd kunnen stoppen?’ ‘Ja, op zich ook wel’.

We hebben hem daarna gevraagd een maand zijn net-niet-meer grappige teksten voor zich te houden in ruil voor iets dat hij graag wilde hebben.

Dat kun je omkopen noemen, maar het activeert ook de prefrontale cortex. Bewust je gedrag en neiging registreren en vervolgens anders doen dan je normaal zou doen, vonden wij wel een kwaliteit om te stimuleren. Resultaat? Na twee weken was het nieuwe al normaal en na een maand was hij zelfs al vergeten dat hij een cadeautje zou krijgen. Zo snel leert een jong brein dus.”

Misschien heb je wel eens gehoord van de Wet van Hebb: ‘when they fire together, they wire together’. Als een breincircuit geactiveerd wordt, wordt het ook meteen sterker.

Dus een kind dat vaak boos is creëert een makkelijk boos brein. Een snel gefrustreerde werknemer krijgt een makkelijk gefrustreerd brein. Een snel opgefokte ouder geeft een makkelijk snel opgefokt brein. Ik hoor je denken: dat is niet zo mooi! Wel als het andersom ook werkt. Een snel tevreden persoon krijgt een makkelijk snel tevreden brein. Een snel vrolijk persoon krijgt een makkelijk snel vrolijk brein. En een snel chagrijnig persoon die grip leert krijgen op zijn brein middels het gebruik van de PFC… krijgt op termijn ook een snel(ler) makkelijk of tevreden of vrolijk brein.

Klinkt dit gemaakt? Dat kan ik me heel goed voorstellen. En gek genoeg vinden we het wel logisch om de hele dag bezig te zijn met fictieve beren op de weg (als ik die baan niet krijg dan… als mijn kind zakt voor zijn zwemdiploma dan… als ze steeds zo ruzie blijft maken dan… ). Dus we dwingen ons brein een groot deel van de dag op basis van onze gedachten over wat mogelijk kan gaan gebeuren, om stevige netwerken te maken rondom deze nare, onwenselijke stemmingen van onmacht, angst of frustratie.

Dus als jij je voorkeurspaden anders vormgeeft, zul je ook ander gedrag gaan vertonen. Handig toch? Wat zou jij willen veranderen?