NLP Communicatiemodel

Over de grote verschillen in hoe we dingen ervaren

Wanneer twee mensen naar dezelfde film gaan, is de kans groot dat ze niet honderd procent dezelfde mening over de film zullen hebben. Mogelijk dat de een de film saai vindt en de ander juist indrukwekkend. Of de een had bewondering voor de perspectiefwisselingen die de regisseur had aangebracht, terwijl de ander dat juist verwarrend vond. De film is dezelfde en toch zien we hem allemaal anders. Dat gaat natuurlijk niet alleen op voor een film. Want hoe kan het dat het ene kind de juf streng vindt en het andere kind de juf juist heel lief vindt? Hoe kan het dat de ene persoon biologisch eten een verstandige keuze vindt terwijl de ander dezelfde boeken en artikelen heeft gelezen en er niet eens aan begint?

Ander voorbeeld: binnen een klein bedrijf, waarbij eigenaar en medewerkers in dezelfde ruimte werkten, kwam extra kantoorruimte vrij. De eigenaar besloot de mensen wat meer privacy te gunnen en als baas niet zo op hun vingers te kijken, en verhuisde zijn bureau naar de kamer ernaast. De werknemers vonden hem arrogant en niet geïnteresseerd nu hij een eigen kamer betrok!

De filosoof Plato was al bezig met het vraagstuk: kunnen twee verschillende mensen de wereld überhaupt wel op dezelfde manier waarnemen? Per slot van rekening zit tussen het moment dat prikkels opgepikt worden door onze zintuigen en de uiteindelijke betekenisgeving een groot aantal vertaalslagen. Je zou je zo kunnen voorstellen dat daarbij weleens wat ‘mis’ gaat. Ik schrijf mis tussen aanhalingstekens omdat ik veronderstel dat zelfs dat wat mis gaat in de informatieverwerking ook een functie heeft. Ik zal nog aandacht besteden aan het uitgangspunt dat, al ben je je daar niet van bewust, symptomen ook een positieve bedoeling hebben. Deze filosofische principes kun je vertalen naar een praktisch mo- del waarin je kunt zien hoe externe prikkels verwerkt worden. Want hoe je brein reageert is niet te verdelen in goed of fout. Maar wel in handig en minder handig. Als het om AD(H)D gaat, zeg ik wel eens: deze persoon gaat gewoon minder handig om met informatie. Je daarvan bewust worden is het halve werk en vaak automatisch het begin van verandering.

Laten we eens beginnen bij het begin, namelijk hoe we externe prikkels verwerken en wat ‘informatie’ dus eigenlijk is. Per seconde komen er miljoenen eenheden aan prikkels op ons af en om te kunnen functioneren laten we heel veel daarvan weg. Het is immers ondoenlijk om die miljoenen eenheden op te nemen, laat staan betekenis te geven en te verwerken. Daar komen dan ook nog alle prikkels vanbinnen bij; rond malende gedachten maar ook jeuk aan je teen, honger en verliefdheid moeten door het brein verwerkt worden. Sowieso dus al een drukke bedoening. Concreet betekent het dat eerst meer dan 99 procent van alle prikkels weggefilterd moet worden om überhaupt te kunnen functioneren. En wat er dan overblijft, wordt ook nog eens grondig bewerkt voordat het zich aan je bewuste presenteert. Dat wegfilteren doen we, onbewust, vaak op zo’n manier dat bestaande ideeën en overtuigingen goed in stand kunnen blijven. Er zijn veel verschillende ideeën over wat het onbewuste is. Wat ik ermee bedoel is alle dingen die je weet, denkt en doet die ‘gewoon gebeuren of er gewoon zijn’, zonder dat je erbij stilstaat. Zo rijd je doorgaans onbewust auto, je staat niet meer stil bij alle stappen (linkerspiegel, rechterspiegel, over je schouder en afslaan…). Net zomin als je je de hele tijd bewust bent van je telefoonnummer of je geboortedatum. Maar als ik je ernaar vraag is die informatie er wel ‘ineens’. Zo zijn er een heleboel dingen die er zijn, zonder dat jij weet waar ze vandaan komen. En toch vormen die tezamen een patroon dat niet altijd even handig voor je is. Zo kan het dat je een beginnend gevoel van verliefdheid netjes onbewust wegfiltert en gevoelens van angst en frustratie wel ‘doorlaat’.

Niet altijd even handig.

Als iemand de overtuiging heeft dat alle Brabanders gezellige lui zijn en hij ziet er een die dat niet lijkt te zijn, is de geest geneigd te zeggen: ‘Ja maar deze heeft ook heel lang in Groningen gewoond, dus dat is een uitzondering.’ Dat is kennelijk makkelijker voor de geest dan concluderen dat de hoofdregel (Brabanders zijn gezellig) kennelijk niet altijd opgaat.

Zo blijkt iedereen over een set sorteerstijlen te beschikken die net weer even anders is, en die je uiteindelijke interpretatie bepaalt. Heb je wel eens meegemaakt dat iemand een feestje beschreef waar jullie beiden geweest waren en dat het wel een heel ander feestje leek? Of met een collega een vergadering nabespreken; was het echt dezelfde vergadering? Werkelijk iedereen zal bij precies dezelfde prikkels uiteindelijk tot een andere interpretatie komen. Eigenlijk is het dus bijna bijzonder dat we elkaar nog goed begrijpen! Veel van die selectieprocessen lijken ons te overkomen. Veel ervan doen we namelijk automatisch en grotendeels onbewust. Het is echter wel degelijk mogelijk om de patronen te gaan ontdekken en te veranderen, om het onbewuste proces bewust te maken. In het begin lijkt dat wellicht wat omslachtig maar op termijn gaan die nieuwe, handigere processen, weer net zo automatisch/onbewust! Een kwestie van even investeren dus.

Het NLP-communicatiemodel is het hart van de NLP. Het geeft weer hoe we informatie opnemen, verwerken en er mee aan de slag gaan. Onze reacties, maar ook ons niet-reageren, onze acties, gevoelens en successen worden ermee verklaard. Ook maakt het duidelijk waarom je vastloopt of niet de resultaten boekt zoals je wil.

 

NLP-communicatiemodel
Per fractie van een seconde komen er miljoenen prikkels op ons af. Het is onmogelijk om deze allemaal zinvol te verwerken. Om dit informatiebombardement aan te kunnen, is de geest ingesteld om te filteren.  We laten informatie weg en vervormen het. Dat doen we op basis van allerlei zaken, bijvoorbeeld ervaringen uit het verleden of doelen die we onszelf gesteld hebben. Maar ook emoties maken dat we sommige informatie wel en andere niet actief oppikken en bewerken.  Alleen al in dat proces zijn er grote verschillen tussen mensen, hoeveel informatie bereikt jouw bewuste brein en hoeveel laat je weg?

 

 

Zintuigen en NLP
We nemen de buitenwereld via onze zintuigen waar. Via een proces in onze hersenen worden deze zintuiglijke waarnemingen weer omgezet in externe gedragingen. Dit proces (van waarneming tot gedrag) wordt weergegeven in het NLP-communicatiemodel. Per seconde komen zo’n 4,6 miljoen eenheden aan informatieprikkels op ons af.

Als we deze chaos aan informatie bewust zouden moeten waarnemen raken we gemakkelijk overweldigd. Daarom filteren we deze informatie door onbewust dingen weg te laten, te vervormen en te generaliseren. Wat er in ons hoofd plaatsvindt is dus in feite betekenisgeving van alle prikkels die op ons afkomen, maar dat gaat niet altijd even goed. In grote lijnen gaat informatieverwerking als volgt: informatie komt via onze zintuigen binnen ons voelbrein voegt al deze prikkels samen en geeft er als eerste betekenis aan: voelt het goed of niet goed? Moet ik aanvallen/vluchten of is het ok? daarna komt de informatie pas bij ons talige denkbrein, die de informatie interpreteert en er een logisch en genuanceerd geheel van maakt. Dit proces gaat razendsnel en we zijn ons (gelukkig!) vaak helemaal niet bewust van deze drie stappen.

Op basis van onze waarneming en de filtering van de informatie vormen we een interne voorstelling, oftewel een gedachtepatroon. Deze interne voorstelling is opgebouwd uit beelden, geluiden, gevoelens, interne dialoog (woorden die je tegen jezelf zegt), geur en smaak. De interne voorstelling en de fysiologie (onder andere houding en biochemische processen) hebben een belangrijke wisselwerking met elkaar. Hieruit ontstaat de stemming en dit stuurt uiteindelijk het gedrag.

Voordat de interne voorstelling tot stand komt wordt de informatie vanuit de buitenwereld gefilterd. Op onbewust niveau wordt er als het ware een keuze gemaakt welke prikkels doordringen tot de interne voorstelling en welke niet. We filteren de informatie op basis van ons taalvermogen, onze herinneringen, beslissingen, metaprogramma’s, waarden, overtuigingen, attitudes en ons begrip van tijd/materie/ruimte en energie.

Vanuit dit model heeft ieder mens dus een unieke waarneming van de wereld. Ben je niet tevreden over hoe je de wereld waarneemt, verander dan je filters. De echte werkelijkheid bestaat dus uit veel meer informatie dan we bewust waarnemen. Onze interne voorstelling kan dus onmogelijk de werkelijkheid bevatten, hetgeen door Alfred Korzybski ‘de kaart is niet het gebied’ is genoemd. We nemen slechts de kaart waar, terwijl het gebied veel groter is.

De psycholoog George Miller heeft aangetoond dat we in staat zijn per seconde 7 ± 2 eenheden (tussen de 5 en 9 eenheden) aan informatie bewust te verwerken. Deze eenheden kunnen overigens variëren in grootte. Immers, in het proces van het leren autorijden zullen bij de eerste rijles het sturen, gas geven, remmen, schakelen en het kijken in de spiegels als aparte eenheden ervaren worden. Als we het leerproces zijn doorgegaan en voldoende bekwaam zijn, zullen we het autorijden als één eenheid ervaren waardoor er weer meer ruimte in ons systeem van waarneming en gedrag overblijft om nieuwe dingen aan te leren. We zouden bijvoorbeeld een slipcursus kunnen gaan volgen of leren achteruit rijden met aanhanger.

De filters

Overtuigingen
Overtuigingen zijn de sturingsmechanismen die onze waarneming over onszelf en de wereld ieder moment van de dag sturen en ons wereldmodel in stand houden. Overtuigingen geven zekerheid in ons leven, terwijl ze tegelijkertijd onze valkuil kunnen zijn. Onze herinneringen en de daaraan gekoppelde overtuigingen kunnen ons namelijk ook in het hier en nu in de weg zitten. Zo zal iemand die veel herinneringen heeft van de momenten dat hij niet zo goed uit zijn woorden kwam tijdens het spreken in het openbaar, zich in het hier en nu zeer waarschijnlijk niet zo makkelijk als eerste melden voor het doen van een toespraakje. Hier spreken we van een beperkende overtuiging. Andersom is gelukkig ook waar. Iemand die zich een aantal momenten herinnert dat hij succesvol was in het spreken in het openbaar zal het in het hier en nu makkelijker vinden om een toespraakje te houden. Je zult merken dat het besluit dat we over onszelf of de wereld genomen hebben vaak niet eens zoveel met de eigenlijke gebeurtenis te maken heeft, maar veel meer met de manier waarop we die gebeurtenis aan onszelf hebben weergegeven.

Waarden
Waarden zijn die dingen die je belangrijk vindt in je leven. Ze motiveren je vooral om te doen wat je moet doen en achteraf evalueren ze hoe tevreden je bent met het resultaat. Ze staan in de filters omdat ze sturen waar jij in je waarneming aandacht aan besteedt. Ze sturen ieder moment van de dag op onbewust niveau en je kunt je er bewust van worden. Zo zal iemand die ‘respect’ in zijn waardenlijst heeft het eerder opvallen dat hijzelf of andere mensen minder respectvol behandeld worden dan iemand die deze waarde niet heeft. En zal iemand die ‘gezondheid’ in zijn waardenlijst heeft staan eerder bereid zijn om gezond te eten, te bewegen of het roken te vermijden dan iemand die deze waarde niet heeft.

Metaprogramma’s
Metaprogramma’s zijn ‘stijlen van waarnemen’ en vormen één van de meest onbewuste filters. Ze zorgen er net als de andere filters voor waar we aandacht aan besteden. Metaprogramma’s worden ook wel ‘sorteerstijlen’ genoemd omdat ze er voor zorgen hoe we informatie sorteren. Vanuit het onderzoek van George Miller weten we dat we in staat zijn per seconde 5 tot 9 eenheden aan informatie bewust te verwerken. Metaprogramma’s zijn als het ware de ‘software’ die ervoor zorgt aan welke eenheden er aandacht wordt besteed.

Herinneringen en beslissingen
Je gedrag in het nu wordt bepaald door je herinneringen en beslissingen uit het verleden. Om structuur te geven aan alle informatie die op ons afkomt, koppelen we deze informatie aan datgene wat we ooit al eens hebben ervaren. Bovendien houden we ons wereldmodel (onze waarheid) in stand door de besluiten die we over onszelf en de wereld hebben genomen aan de hand van die ervaringen. Zo kan bijvoorbeeld regen makkelijk worden tot ‘slecht weer’ en zon tot ‘goed weer’.

John Locke (1632-1704) was de eerste filosoof die uitging van het standpunt dat we geen enkel bewustzijn hebben voordat we een zintuiglijke waarneming hebben gehad. Later zou de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) ons systeem typeren als een actief vormende instantie. Het ontvangt niet alleen waarnemingsindrukken van buitenaf, maar doet er ook iets mee. En ieder persoon doet er op zijn manier weer iets anders en unieks mee op basis van eerdere zintuiglijke ervaringen en beslissingen. Zo kunnen twee mensen een verschillende voorstelling van zaken geven terwijl ze precies hetzelfde hebben meegemaakt. Ze laten ieder voor zich dingen weg en ze vervormen en generaliseren de situatie op basis van de eigen, unieke herinneringen en beslissingen.

Tijd, ruimte, materie en energie
Het filter tijd, ruimte, materie en energie is een van de meest onbewuste filters. Einstein heeft in zijn speciale relativiteitstheorie aangetoond dat deze begrippen zeer relatief zijn en dus per situatie steeds wisselende waarden hebben. Het voorbeeld dat de theorie van Einstein inzichtelijk maakt is dat van een trein die 100 km/u voorbij een perron rijdt waarop een persoon staat. Deze persoon ervaart de trein als een zeer snel bewegend voorwerp. Voor een tweede waarnemer die in een andere trein zit die gelijktijdig op een ander spoor met dezelfde snelheid met deze trein meerijdt, zal het lijken alsof de trein stilstaat. Voor deze tweede persoon zal het lijken alsof de eerste persoon, het perron en de rest van de omgeving zich met een snelheid van 100 km/u in tegenovergestelde richting verplaatsen. Met deze theorie toonde Einstein de betrekkelijkheid van de zintuiglijke waarneming aan en gaf hiermee antwoord op de vraag of de voorstellingen en gedachten die door de zintuiglijke waarnemingen worden opgeroepen wel een volledig en getrouw beeld vormen van de werkelijkheid.

Tijd, ruimte, materie en energie zijn een persoonlijke beleving. Het tijdfilter is nog het meest concrete filter in de beleving van veel mensen, misschien wel omdat tijd een steeds belangrijkere plaats in onze samenleving heeft gekregen. Ondanks dat we de begrippen als tijd, ruimte, materie en energie in meetbare eenheden kunnen weergeven, zal de echte beleving van tijd, ruimte, materie en energie steeds per persoon verschillen. Slechts om het meetbaar te maken heeft de mens er logische eenheden van gemaakt, waarna veel mensen ervan uit gaan dat de beleving van deze begrippen per persoon dus ook hetzelfde zou moeten zijn. Niet is minder waar.

Zo kan het zijn dat verschillende personen een verschillende beleving hebben van bijvoorbeeld één uur. Ook is het mogelijk dat als we verschillende mensen in dezelfde ruimte plaatsen, dat zij deze ruimte op een andere manier ervaren. Ditzelfde geldt natuurlijk voor materie. Als voorbeeld kunnen verschillende mensen op een verschillende manier de structuur van een stof ervaren.
En tenslotte, veel mensen ervaren dat zij op een verschillende manier energie voelen. En energie is ook bijvoorbeeld het gevoel dat we krijgen bij stralingsenergie (kou/warmte), voortstuwingsenergie (versnelling), zwaartekrachtsenergie (springen/vallen), vormenergie (biogeometrie), etc..

Taal
Met taal bedoelen we het vermogen om de externe gebeurtenissen te structureren en betekenis te geven. Net als de andere filters helpt taal ons om structuur te geven aan de veelheid aan informatie die op ons afkomt. We kunnen betekenis geven aan de wereld omdat we het vermogen hebben van de taal. Feitelijk stuurt onze taal onze waarneming.
Hoe groter het taalvermogen, hoe meer schakeringen iemand kan aanbrengen in de structurering van de buitenwereld. Het schilderij krijgt door de taal als het ware meer kleur. Zo zal een kind dat net leert praten alle soorten auto’s weergeven met het woord ‘auto’ of iets dat daar op lijkt. Pas later leert het kind het begrip ‘auto’ onder te verdelen in meerdere variëteiten als ‘vrachtauto’, ‘raceauto’, etc.. Zo is bekend dat indianen meer dan 70 woorden hebben om de kleur groen te definiëren. Ze kunnen daardoor meer verschillende kleuren groen onderscheiden dan de gemiddelde westerse mens. Hoe belangrijker verschijnselen in een bepaalde cultuur zijn, hoe meer verschillende woorden er zijn om deze zaken weer te geven en hoe meer onderverdelingen van deze zaak er in woorden kunnen worden gemaakt.

Attitudes
Attitude is een ander woord voor houding. Een manier waarop je op situaties reageert. Van deze gewoonte zijn we ons niet altijd bewust. Attitudes zijn sterk gekoppeld aan waarden en overtuigingen. Je zou ook kunnen zeggen dat een attitude een geheel aan waarden en overtuigingen is met betrekking tot een bepaalde context. In de waarneming zal het je opvallen als iemand andere gewoontes heeft dan jij, vooral als die ook nog eens gestuurd worden door andere waarden en overtuigingen.

Door bij bijvoorbeeld een NLP-opleiding juist eens wél bewust in te zoomen op dit proces zul je vrijwel zeker hele leuke en interessante ontdekkingen doen over jezelf en over anderen. Dat is kern van communicatie beter begrijpen, denken wij tenminste 🙂

Communicatiemodel, een stapje verder
Op basis van onze waarneming en de filtering van de informatie vormen we een interne voorstelling, oftewel een gedachtenpatroon. Deze interne voorstelling is opgebouwd uit beelden, geluiden, gevoelens, interne dialoog (woorden die je tegen jezelf zegt), geur en smaak. De interne voorstelling en de fysiologie (onder andere houding en biochemische processen) hebben een belangrijke wisselwerking met elkaar. Hieruit ontstaat de stemming en dit stuurt uiteindelijk het gedrag.

Onze zintuigen spelen een belangrijke rol in de communicatie. Communicatie start met zintuiglijk waarnemen. Je ziet iets, je hoort iets, je voelt iets, je ruikt of je proeft iets en je reageert. Op basis van datgene dat we hebben waargenomen, en natuurlijk nadat we die informatie met onze filters hebben gefilterd, maken we een interne voorstelling, een gedachtepatroon. In het communiceren met anderen doen we weinig anders dan deze interne voorstelling naar buiten brengen. Met andere woorden: we representeren de interne informatie. Hierbij gebruiken we weer diezelfde zintuigen die ons geholpen hebben om de interne voorstelling te maken. Dus als er bijvoorbeeld in de interne voorstelling vooral zie-elementen zijn opgeslagen, zullen er ook meer zie-aspecten worden benadrukt.

De verschillende manieren waarop we informatie verwerken, opslaan en opnieuw presenteren worden de representatiesystemen genoemd. Deze zijn:

  • Visueel zien: beelden
  • Auditief tonaal horen: geluid
  • Kinesthetisch voelen: stemming, aanraking en beweging
  • Gustatoir proeven: smaak
  • Olfactorisch ruiken: geur
  • Auditief digitaal redeneren: met jezelf praten, interne dialoog

We maken onderscheid in de primaire en secundaire representatiesystemen. Het auditief digitale systeem is het secundaire systeem, het is aangeleerd. De andere systemen zijn primair.

Iedereen heeft alle representatiesystemen in zich en vaak blijkt dat iemand één systeem meer en vaker gebruikt dan het andere. We spreken dan van het representatievoorkeurssysteem. Je kunt je afvragen of het altijd effectief is om dat specifieke systeem te gebruiken. Immers: om succesvol te zijn in je communicatie is het van belang om flexibel te zijn. En dus ook makkelijk tussen de verschillende representatiesystemen te kunnen wisselen. Alleen al vanuit deze principes kun je verklaren waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Wat voorbeelden:

  • mensen met een voorkeur voor het visuele systeem zullen vaak snel praten, druk in hun gebaren zijn. Ga maar na, als je vooral beelden ziet: beelden bestaan uit veel facetten dus het vraagt veel en snel praten om alles over te brengen wat je ziet.
  • mensen met een voorkeur voor het voelsysteem hebben langer de tijd nodig om dingen te verwerken. Het lijkt soms zelfs alsof ze even ‘weg’ zijn voor er antwoord komt.
  • mensen die sterk in het aangeleerde systeem functioneren (het denken), hebben niet meer voldoende de verbinding met het voelsysteem. Het is dan mogelijk heel veel opties en mogelijkheden te verzinnen, maar er komt geen bevestiging uit de andere systemen wat nu de juiste keuze is. Dit type mens lijkt soms wat ongevoelig of stuurloos.

 

 

NLP communicatiemodel
NLP DIPPEN en DIMMEN: Oplossingsgericht Werk

NLP DIPPEN en DIMMEN: Oplossingsgericht Werk

Oplossingsgericht Werk Dippen en Dimmen Richt je je op wat je wilt, of op wat je niet wilt? Ga je uit van ‘Denken in Problemen (DIPPEN)’ of ‘Denken in Mogelijkheden (DIMMEN)’? Bij De eerste verdieping denken we vanuit de ‘Wat Werkt Wel-regel’. En dat is meer dan een...

NLP Submodaliteiten: een krachtige manier om je blik te verruimen!

NLP Submodaliteiten: een krachtige manier om je blik te verruimen!

Submodaliteiten Een krachtige manier om je blik te verruimen Submodaliteiten zijn de kleinste bouwstenen van onze gedachten. Onze gedachten bouwen we op door beeld, gevoel en woorden van binnen te combineren. Dat doe je beslist in bijna alle gevallen onbewust en...

NLP Herkaderen: bekijk het eens anders!

NLP Herkaderen: bekijk het eens anders!

HerkaderenBekijk het eens anders! Herkaderen is de techniek achter positief denken. Want vaak is een probleem een probleem vanwege het perspectief! Definitie van herkaderen: de betekenis van een verschijnsel veranderen door het in een ander kader te plaatsen. Globaal...