fbpx

Het muitende brein

Heb jij ook van die voornemens die maar nooit tot uitvoer worden gebracht? Heb jij last van een muitend brein? Hoe komt het toch dat we van alles willen maar het niet doen? Dat heeft te maken met ons muitende brein. Er zijn voortdurend allerlei ondermijnende processen in je brein gaande die ervoor zorgen dat je niet doet wat je wél zou willen.

Een goed voorbeeld zijn de workshops die wij geven. We laten mensen meestal drie dingen uit hun goede voornemens lijstje opschrijven. Daar komen dan dingen op als meer sporten, minder werken, stoppen met roken. Wanneer we dan verder prikken en vragen: ‘wat is het eerste wat je in je lichaam voelt als je denkt aan dit goede voornemen?’ weten we inmiddels dat bij ongeveer 90% van de mensen als antwoord komt dat ze iets naars in hun lichaam voelen. Een knoop in hun buik, een strak gevoel in de borst, knieën die wat op slot gaan. Geen grootse dingen, maar wel tekenen dat het lichaam én het snelle primitief reagerende brein eigenlijk zeggen: ‘mooi die leuke voornemens van je, maar ik ga lekker niet meedoen!’. Een simpel voorbeeld van de interne strijd tussen gevoel en verstand. En neem van ons aan datje gevoel in deze strijd het vaakst als winnaar uit de strijd komt. Om niet te zeggen, altijd!

 Je oerbrein versus het moderne brein

Je brein bestaat uit heel veel verschillende functies. Voor dit boek is het niet zo nodig om uit teleggen hoe het kan dat je een potlood vasthoudt of hoe je de weg weet in een vreemde stad,dus hebben we een versimpeld model voor je gemaakt dat goed verklaart waarom we doen watwe doen en hoe we kunnen vastlopen in het uitvoeren van onze plannen. Je oerbrein Het belangrijkste onderscheid daarbij is tussen het breindeel dat logisch en verstandig is en het deel dat je emoties verwerkt en niet zo logisch is en handelt.Deze twee breindelen hebben hun eigen evolutionaire tijdpad. Je zou daarom een onderscheid kunnen maken tussen het oerbrein en het moderne brein. Het oude deel dat bestaat uit je reptielenbrein (ja, dit hebben we allemaal) en het iets latere zoogdierenbrein noemen we het oerbrein, ook wel voelbrein genoemd, en een nieuwer deel dat uit de hersenschors (neo-cortex) bestaat noemen we het moderne brein.

We bedoelen overigens niet oudste in de zin dat je dat eerst had en dat de rest pas ontwikkelde toen je twee of drie jaar was. We hebben het hier over het oudste in de evolutie. Je oerbrein werkt met instincten en emoties, reageert het meest dierlijk en het minst ‘beleefd’. Dit deel van je brein, dat samen met je zoogdierenbrein ook wel limbisch brein wordt genoemd, voegt allemaal gevoelens samen en op basis daarvan reageert het en creëert het emoties. 

Het moderne brein werkt met analyse en verstand. De mens heeft de grootste hersenschors van het hele dierenrijk. De hersenschors kun je zien als één grote rem op je instincten en je emoties. Zonder hersenschors zou je beestachtig gedrag vertonen en onmogelijk gezellig en beleefd in deze maatschappij kunnen leven.

Het reptiel in je brein

Reptielenbrein, zoogdierbrein, voelbrein, limbisch brein… Een lekkere puzzel. Wist je dat jij al deze breinen in je hersenpan hebt? Echt waar. Een korte uitleg: je reptielenbrein zorgt voor allesbelangrijke mechanismen om te blijven leven, zoals ademhaling, bloedsomloop, hartslag, temperatuur. Maar ook dingen die met eten (spijsvertering, boeren of overgeven) seks en slapen te maken hebben worden hier geregeld. Het is het stukje brein dat het snelst reageert, dus is het ook in actie bij gevaarlijke, soms zelfs levensbedreigende situaties. Het reptielenbrein is dus ook nodig voor je overleving: het is constant alert op mogelijk gevaar zodat je lichaam zich bliksemsnel kan klaarmaken om te vechten of te vluchten. Alleen, in onze dagelijkse leefomgeving zijn natuurlijk weinig tijgers om voor weg te rennen. Ons reptielenbrein hoeft nog maar zelden met echt gevaar om te gaan, en dat maakt het verwarrend voor je brein. Misschien herken je wel dat je soms te fel reageert of te snel bang voor iets bent. Dat is een reptielenbrein in de war, zeg maar.

In de loop van miljoenen jaren hebben zoogdieren een nieuw soort hersenen bovenop het reptielenbrein ontwikkeld: het zoogdierenbrein. Dat is het deel dat reptielen dus missen en zoogdieren wel hebben. Het maakt zoogdieren intelligenter omdat dit deel bijvoorbeeld het onthouden van gevaarlijke situaties mogelijk maakt. Het limbisch brein krijgt informatie vanuit het reptielenbrein en werkt dit verder uit. Ook hier kun je last van hebben als je limbisch brein’verkeerde’ dingen onthoudt. Bijvoorbeeld: je bent een keer keihard van je fiets gevallen omdat er een voetbal de straat op vloog. Je limbisch brein heeft opgeslagen dat voetbal = vallen = pijn = gevaar. En vanaf dat moment krijg jij een vervelend gevoel als je aan voetballen denkt. Maar dit snap je niet, want je vindt voetballen toch leuk?

Breinverwarring…

Nu is het misschien leuk om te weten dat reptielen en zoogdieren dit deel van jouw brein met jedelen (niet letterlijk natuurlijk!), maar wat heb jij er aan? Ik leg je uit hoe het werkt. Toen je geboren werd, gebruikte je alleen maar je voelbrein. De rest was er al wel maar de bedrading moest nog geactiveerd worden en dat duurt een paar jaar. Het enige wat je als pasgeboren baby kon doen, was voelen of je iets wel of niet leuk vond en wel of niet gevaarlijk. En van ‘wel leuk’ werd je rustig of blij of slaperig of gezellig. En van ‘niet leuk’ of zelfs ‘gevaarlijk’ werd je boos, verdrietig, huilerig, beweeglijk of druk. Alleen toen wist je natuurlijk nog niet dat dat zo heet. Je wist alleen maar het gevoel bij ‘niet leuk’ of ‘leuk’. Dat voelbrein heb je nog steeds en je weet vast nog steeds wel hoe het voelt als je iets leuk of niet leuk vindt. We noemen dat voel-denken. Je voelt iets in je lichaam en dan weet je wat je ervan vindt. Het voelbrein geeft zijn informatie alleen niet zo ‘volwassen’ aan je door. Het is eigenlijk nog steeds die baby. Als het voelbrein iets leuk vindt dan gaat het meteen stuiteren en juichen. En als het voelbrein iets niet leuk vindt, dan gaat die baby van binnen ook enorm dwarsliggen, angstig doen of boos. Omdat het niet megahandig is als je de hele dag door bij alles stuitert, juicht, angstig of boos wordt, heeft de natuur een breindeel gemaakt dat dit gevoel een beetje tempert: het denkbrein.

 

Het voelbrein organiseert jouw leven op basis van hele simpele processen:

  1. vind ik dit wel of niet leuk, oftewel, is dit aantrekkelijk of bedreigend?
  2. doe zoveel mogelijk automatisch dan kun je je richten op de rest

Je zult merken of gemerkt hebben – met een nauwelijks gebruikt sportschoolabonnement bijvoorbeeld – hoe lastig het is om met je moderne brein je oerbrein te temmen. Je wil wel, maar het lukt niet: ‘ik neem me het elke dag weer voor, maar ik doe het uiteindelijk niet’.‘Ik snap niet waarom het niet lukt.’ ‘Ik zou het moeten doen, maar ik stel het steeds uit.’ 

Misschien herken je wel dat een dieetaanpassing of beginnen met sporten meestal mórgen gaat gebeuren. Het komt vast regelmatig voor dat je ‘s avonds in bed de mooiste invallen krijgt en je talloze goede voornemens voor de volgende dag hebt, waarvan een deel rond lunchtijd al weer niet gehaald is. Herken je dat? Allemaal muiterij van het oerbrein.

Dit oerbrein domineert jouw gedrag overigens nog meer als je een druk leven hebt en regelmatig stress ervaart. Bij stress – en je hebt al gelezen dat stress vaak zo’n gewoonte is dat je het niet meer als stress labelt – gaat het bloed vooral naar je oerbrein. Het oerbrein is een bundel geconditioneerde reflexen, dus hoppetee…daar doe je weer wat je niét wilde doen. Boosworden, een hand M&M’s graaien, bingewatchen op Netflix, mopperen op je partner. Het laat jedingen doen die je niet wilt en daar kan je moderne brein in een zeldzaam moment van rustweer enorm van balen. En dat balen geeft ook een vorm van stress. Lekkere vicieuze cirkel!

Waarom worden we zo geregeerd door ons oerbrein?

Een paar kenmerken van het oerbrein: het oerbrein houdt zich vooral bezig met overleven. Energie sparen hoort daar bij (dus eten als het er is en alleen bewegen als het strikt oodzakelijk is) het is gevoelig voor directe beloning, denkt niet in ‘uitstellen als het beter uitkomt’het werkt instinctief en impulsief het heeft een voorkeur voor zoet en zout omdat dit in de oertijd de meest veilige smaken waren het gaat het liefst meteen zittenhet heeft een weerstand tegen veranderinghet kiest onbewust liever voor ‘ongelukkig in bekende omstandigheden’ dan ‘gelukkig inonbekende omstandigheden’ (dat maakt de weerstand tegen verandering nóg groter)het wil bij de groep horenhet is reactief in plaats van proactief

Het moderne brein heeft als kenmerken:

  • het kan denken in principes en hogere waarden.Het kan plannen, analyseren en optiesop een rijtje zetten om vervolgens de beste te kiezen (en andere niet te doen of uit te stellen)het is een expert in beheersing en gemaakt om het oerbrein af te remmen waar datverstandig ishet is in staat om een beloning uit te stellen
  • het kiest voor verandering en gaat zijn eigen weg
  • het kan proactief zijn in plaats van alleen maar reactief

Kort gezegd, het oerbrein is als een olifant. Dit brein moet je in beweging zetten. Het heeft veel sterkere verbindingen met motorische centra die je gedrag aansturen dan het moderne brein dat evolutionair veel minder oud en krachtig is. Het moderne brein is de persoon die op de olifant zit, de olifantentemmer dus. Het is de kunst om het oerbrein, de olifant, af te richten. Want het oerbrein kan jouw gezondheid en geluk veel schade toebrengen. Het oerbrein heeft altijd trek in taart, snoep of koek, het liefst in grote hoeveelheden. Het gaat morgen wel sporten. En het blijft wakker om social media te checken 🙂

Denk- en voelbrein hebben elkaar nodig. Wat de een niet kan, kan de ander wel en vice versa. Wat het denkbrein niet kan, is beslissen wat je wilt. Voor echte beslissingen moet je bij je voelbrein zijn. Verder kan het denkbrein je niet echt motiveren. Het kan wel bedenken ‘dat het handig is om dit en dat te doen’, maar als het voelbrein niet meedoet, vergeet het dan maar! Misschien dat hier een lichtje gaat branden bij de vraag waarom sommige doelen van jezelf of van anderen steeds maar niet bereikt worden! Als het voelbrein nee zegt, dan is het meestal ook nee!

Wat je denkbrein kan, is relativeren en analyseren: dus dat vertelt jou dat sporten verstandig is, en het kan alle redenen erbij verzinnen. Maar het trekt dus uiteindelijk vaak aan het kortste eind als het moet strijden met het voelbrein. Aan de andere kant, wanneer beide breindelen op elkaar afgestemd zijn, is het wel heel fijn om een denkbrein te hebben. Want het denkbrein relativeert het voelbrein, anders zouden we speelbal zijn van al onze primaire responsen. Dan zouden we ook nooit leren dat een bepaalde prikkel eigenlijk niet gevaarlijk is. Ook zou je dan wellicht steeds weer aan een beginnend gevoel van verliefdheid toegeven, ook wanneer je heel tevreden en gelukkig getrouwd bent. En wellicht zou je nog meer gekke fratsen uithalen. 

Samenwerking tussen de twee breindelen is dus waar het om gaat en daartoe moet je jezelf vragen stellen die gaan over de samenwerking en over hoe je je voelbrein enthousiast kunt maken. Komt het nog goed? Ja, natuurlijk! Ten eerste heb je vast in je leven al bewezen dat je nieuwe dingen kunt leren. Je bent nu niet de mens die je vijf jaar geleden was en ook niet de mens die je over tien jaar zult zijn. Maar om gedrag te veranderen zijn er wel wat ingrediënten nodig:

  1. de prikkel om te veranderen moet krachtiger zijn dan de prikkel om hetzelfde te blijven doen
  2. er is tijd nodig om nieuw gedrag in te slijten (hier staat ongeveer drie weken voor)
  3. de olifantentemmer oftewel de prefrontale cortex moet wakker blijven

De dirigent in je hoofd

Wie gaat je hierbij helpen? Je prefrontale cortex! Door zijn ligging (in contact met alle genoemde delen) is dit bij uitstek degene die de samenwerking kan bevorderen. De prefrontale cortex is als de dirigent die bepaalt welk deel wanneer actief is. Of een olifantentemmer, het is maar hoe je het wil noemen. Helaas is er in onze samenleving weinig focus op het gebruiken en trainen van de prefrontale cortex, simpelweg omdat leerkrachten en ouders niet weten hoe ze dit proces moeten activeren bij kinderen. Als de prefrontale cortex weer actiever wordt en de samenwerking beter aanstuurt, komt er geïntegreerd functioneren van het brein uit. En dat leidt uiteindelijk tot betere prestaties en welbevinden.

Dus….laat jij je oerbrein los of zet je de olifantentemmer in? Als je dat laatste meer wil gaan doen, is een NLP-opleiding echt een geweldige stap. Als je ergens leert om je olifantentemmer wakker te maken, vaker in te zetten en een enthousiaste supporter van jouw dagelijks leven te laten worden, dan is het deze opleiding wel!

Kom zeker eens kletsen om te kijken wat het JOU kan opleveren!