fbpx

NLP, Systemisch Werk en Familieopstellingen

Als NLP-instituut werken we ook veel met Systemisch Werk. NLP gaat er in essentie over de rode draad van je eigen communicatie en anderen beter te begrijpen en te sturen. Systemisch Werk helpt je te onderzoeken hoe familiedynamieken jouw gedrag, denken en voelen beïnvloedt en hoe je dat kunt bijsturen. Oftewel, NLP en Systemisch Werk bieden een geweldige synergie in je ontwikkeling.

Ben jij iemand die vooraan staat als er iets moet gebeuren? En dat je je achteraf ook nog afvraagt of je niet te weinig hebt gedaan? Of kijk eens terug naar de middelbare school; was jij de grappenmaker in de klas? Degene die altijd op de gang stond omdat je de klas op z’n kop zette, of was je meer die leerling die alle sociale activiteiten graag van de zijlijn bekeek? Of met je beste vriend of vriendin? Hoe sta jij nu in het leven; ben je een sociaal dier dat zich pas echt op zijn plek voelt te midden van een grote groep vrienden of kun jij pas opladen als je heerlijk met je neus in een goed boek op de bank of in bad ligt? Voel je je snel schuldig of juist helemaal niet? Volg je een keurig pad terwijl je eigenlijk wel eens buiten de lijntjes wil kleuren? Allemaal patronen die te maken hebben met Systemisch Werk.

Systemisch Werk is zo veelomvattend en tegelijkertijd zo jong als wetenschap of ‘leer’ dat er op veel manieren een uitleg aan is te geven. Als je het over Systemisch Werk hebt dan zou je snel op het onderwerp familie-opstellingen kunnen overgaan. Opstellingenwerk is namelijk een belangrijk en interessant ‘middel’ in Systemisch Werk en de toepassing van opstellingenwerk neemt de laatste jaren een grote vlucht.

Tegelijkertijd kun je bij een uitleg van Systemisch Werk denken aan een ‘manier van kijken naar dingen’. Dan hebben we het over ‘waarnemen wat er werkelijk speelt’ in een systeem. Het waarnemen van fenomenen zonder een oordeel te hebben over gebeurtenissen tussen en bij mensen in een normatieve context. Want dat hoort ook bij Systemisch Werk.

We zouden zelfs nog een discussie kunnen hebben over de term Systemisch Werk zelf. Sommigen hebben het namelijk over ‘Systemisch Denken’, anderen vinden weer dat Systemisch Werk ‘slechts’ een voortvloeisel is uit psychodrama. Of weer anderen vinden het een variant of verlengstuk van transactionele analyse.

Mogelijk vormt de velerlei uitleg en de begrips discussie een bewijs van het feit dat Systemisch Werk relatief gezien nog een hele jonge methodiek is. Zoals bij vele jonge wetenschappen het geval is, is er ook bij Systemisch Werk nog erg veel te ontdekken en te leren. Van diverse kanten komen er telkens nieuwe bijdragen en nieuwe inzichten en uiteraard hier en daar ook nieuwe kritieken.

Systemisch Werk staat wat ons betreft voor een psychologisch/wetenschappelijke leer die een sterk toegepaste studie maakt van menselijke systemen, de krachtenvelden die daarin spelen en in het bijzonder de gevolgen daarvan voor het functioneren van individuen.

 

Het systeem en de individu

Als we het hier hebben over een ‘systeem’ dan bedoelen we een systeem van mensen. Iedereen behoort tot 1 of meerdere systemen. Het meest bekende systeem voor een mens is zijn ‘systeem van herkomst’ ook wel aangeduid als zijn ‘familiesysteem’. We weten namelijk zeker dat ieder mens een natuurlijke vader en moeder heeft, los van het feit of ze nog leven en of ze je opvoeder zijn geweest. Mogelijk zijn er ook nog broers, zusters, ooms en tantes en ga zo maar verder. Vanzelfsprekend hebben vader en moeder ook weer beiden een vader en moeder. En zo vormt zich een compleet systeem van een familie.

En er zijn natuurlijk ook andere systemen te bedenken van mensen. Denk aan een organisatie, bijvoorbeeld de organisatie waarin je misschien werkt. Of de organisatie van een club of vereniging waar je je hobby uitoefent. Het zijn allemaal voorbeelden van systemen waar mensen deel van uitmaken.

Systemisch Werk bestudeert de wijze waarop een individu deelneemt in een systeem en welke ervaringen in dat systeem van significante invloed zijn op het functioneren van dat individu. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het functioneren in het systeem waar bepaalde eigenschappen uit zijn meegenomen. Dynamieken die zich rondom een persoon afspelen en als het ware zijn meegenomen uit het ene systeem, blijken ook een grote rol te spelen in hoe een individu functioneert in andere systemen.

Systemen klinkt natuurlijk erg abstract, in the end gaat het over niets anders dan: andere mensen en hoe je je tot elkaar verhoudt en in die relaties je gedrag bepaalt. We hebben het hier niet alleen over partnerrelaties, maar juist ook over al die andere relaties die je eveneens aangaat. Met de buren, je leidinggevende, de kassière, de trainer van de sportclub en, zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, de relatie met jezelf. 

Hoe jij je in relaties opstelt en je in sociale settings gedraagt, verloopt vaak volgens eenzelfde taakverdeling. Je neemt dikwijls eenzelfde soort plek in de groep in. 

Denk aan:

  • De zorgzame: degene die in vriendengroepen en op het werk altijd in de gaten houdt hoe het met iedereen is. De zorgzame werkt hard voor andermans welbevinden.
  • De autonoom: degene die anderen uiteindelijk niet echt nodig heeft, en er een beetje boven en buiten staat.
  • De afleider: degene die zorgt dat het nooit ‘te spannend’ wordt. Met een grapje, een opmerking die volledig misplaatst is, als de druk maar van de ketel gaat. We gaan het niet hebben over wat er werkelijk aan de hand is want dat is te spannend.
  • De perfectionist: zorgt er wel voor dat echt alles goed geregeld is, het mag niemand aan iets ontbreken. Je werkt keihard, tot je erbij neervalt.
  • Het slachtoffer: hoe het ook komt, jij bent vaak de pineut. Mensen die je in de steek laten, opdrachten die mislukken, plagerij, jij trekt het naar je toe.
  • De achterdochtige: vertrouwt niemand zomaar, mensen moeten zich eerst bewijzen, de enige van wie je 100% op aan kunt ben je zelf.
  • De bruggenbouwer: de verpersoonlijking van de Pritt-stift. Je lijmt de boel weer als er gedoe is, je brengt mensen en groepen bij elkaar en je moet ook altijd zorgen dat zaken vredig verlopen anders krijg je het benauwd.

Hoe jij je zoals in de voorbeelden hierboven in een sociale setting opstelt is gedrag, maar je gedrag wordt gestuurd door je sociale blauwdruk.

Je sociale blauwdruk 

Wat je je waarschijnlijk niet realiseert, is dat de manier waarop je relaties nu definieert en vormgeeft voor een heel groot deel gestuurd wordt door de blauwdruk die je in de eerste jaren van je leven hebt gemaakt. Als volwassene wordt de manier waarop we met relaties omgaan nog steeds gedefinieerd door de gewoontes uit onze jeugd. Was het vroeger normaal om steun te krijgen, dan is het als volwassene ook makkelijk om steun te vragen. Was het vroeger de norm om niet te zeuren, je handen uit de mouwen te steken en zelf de klus te klaren, dan kan het maar zo zijn dat je je wel erg onafhankelijk opstelt tegenover je partner. En dat kan dan maar zo opgevat worden als ‘je niet kunnen binden’ of ‘je houdt niet van me’, als de ander het juist heel logisch vindt dat je in een relatie elkaars hulp vraagt.

Nog een typisch voorbeeld: als een vriendin al een tijdje geen contact meer met je heeft opgenomen omdat bij navraag bleek dat je haar met een bepaalde actie of woorden hebt gekwetst, kun je denken: waarom zég je dat dan niet gewoon? Maar als zij vroeger vanuit huis gewend was dat ruzies nooit werden uitgepraat, maar onder het tapijt werden geveegd en de tijd het maar moest oplossen, kom je elkaar niet tegen. Ook als volwassene zul je het dan waarschijnlijk nog altijd lastig vinden om voor zware zaken te gaan staan. Of je maakt een bovenmatige tegenbeweging en vindt dat je elk issue bespreekbaar moet maken, juist omdat dat vroeger niet gebeurde. Moet je nu al je jeugdtrauma’s onder de loep gaan nemen? Alsjeblieft niet! Maar het is wel handig om te weten hoe je onderbewuste werkt, wat de reden is dat het vaak oude ervaringen op nieuwe situaties plakt. En dus: wat is er nodig om een volwassen volwassene te zijn?  Om ‘schone’ relaties aan te gaan die zo min mogelijk door oud zeer gedefinieerd worden?

Ben jij vrij om je eigen weg te gaan? 

Je familie is het eerste systeem waar je deel van uitmaakt. En het menselijk geweten (ons gevoel voor wat we wel en niet kunnen en moeten doen) wordt voor een groot deel bepaald door die ongeschreven familie regels. Hoe komt het dat je te veel verantwoordelijkheidsgevoel hebt? Te emotioneel of te gestrest reageert? Of vermijdingsgedrag vertoont? Succes of geluk niet kan accepteren? Altijd maar zorgt voor anderen en maar blijft geven? Of misschien is jouw leven een rode draad van onnodige conflicten of ben je soms wat onverklaarbaar somber. 

Misschien weet je helemaal niet waar je dit moet zoeken of wil je dit ook niet, maar wanneer je met open vragen op dit vlak loopt, loont het om eens naar het systeem waar je vroeger in leefde te kijken: je familie. 

Systemisch werk maakt gebruik van familieopstellingen, een hands on manier om overgenomen gewoontes en oude patronen bloot te leggen. Op deze manier focus je onder leiding van een ervaren opsteller op een vraag of thema dat steeds weer terugkomt in je leven. Dat kan zijn: ik val altijd op verkeerde mannen, het lukt me maar niet om gezond te leven, ik verknal het in werksituaties altijd voor mezelf of ik werk keihard en krijg er nooit de eerlijke waardering voor etc. 

De opstelling die vervolgens wordt gedaan (met behulp van representanten of poppetjes die in dit voorbeeld je familie voorstellen) is als een kijkdoos die je even mag openknippen en zo blootlegt hoe jouw familiebanden nu precies in elkaar zitten en wat ieders plek was binnen jouw familie. Het is verbazingwekkend hoe je in zeer korte tijd naar boven haalt wat nu precies de onderliggende mechanismen van jouw denken en handelen zijn. Het geeft je bovendien het inzicht en de moed om je eigen stappen te gaan zetten. Last but not least schept het mogelijkheden om weer in je kracht te gaan staan. 

Drie terugkerende thema’s


Hoe herken je dat je vanuit je blauwdruk van vroeger reageert? Stel jezelf alvast de vraag: hoe sta ik in contact met anderen? Heb jij bij wijze van spreken de tent helemaal open als je op de camping staat, half dicht of helemaal dicht? Loop jij je het vuur uit je sloffen voor anderen of laat je juist voor je zorgen? Moet alles uitgesproken worden of blijven dingen juist bedekt? Kom je een rode draad tegen? Een terugkerend patroon, of misschien twee? 

Steeds maar weer terugkerende patronen zijn vaak terug te brengen naar drie deelgebieden:

  1. Doe ik er toe? Ben ik welkom zoals ik ben, met alles erop en eraan?   
  2. Maak je je te groot of te klein ten opzichte van anderen? Concreet: neem je te veel of juist te weinig verantwoordelijkheden en plek in? Maak je je groot, klein, of gelijk aan anderen? Welke plek neem je in?
  3. Hoe ga je om met de balans in geven en nemen? En hoe ga je om met gevoelens van schuld die hieruit voort kunnen komen?
     

Deze drie thema’s spelen in elk contact een rol, of je nu staat af te rekenen bij de kassa, omgaat met je schoonouders of je eigen gezin en alles ertussenin. Het is helemaal niet moeilijk om vrij te zijn van gedoe. In je eentje. Op dat onbewoonde eiland. Dat interactie met mensen onherroepelijk gedoe geeft in het leven is een gegeven. Gedoe over schuldig voelen, boos zijn, misverstanden, onbegrip, mensen die niet meewerken aan hoe jij het voor je ziet, mensen die energie kosten, aanpassingen die je doet aan hoe je denkt dat je hoort te zijn en je te gedragen. Zou je daarom niet beter af zijn op dat onbewoonde eiland? Of zonder kinderen en partner maar met een hond thuis je oude dag slijten? Dat ligt eraan, want dankzij die anderen is er ook liefde, plezier, uitdaging, aanraking, verbinding. Het is natuurlijk niet alleen maar kommer en kwel, we zijn niet voor niets sociale wezens. Het is ook leuk en fijn om mensen te ontmoeten, samen te leven en te werken. 

Maar mocht je je bewust zijn van een energielek ergens, als jouw energie letterlijk wegebt bij een interactie met iemand, al is het maar een telefoongesprek, dan heb je dikke kans dat er wat ‘onhandige dingen’ plaatsvinden in je relatie met die persoon. Want relaties definiëren jou. Je zou misschien willen dat het niet zo is, dat je,  onafhankelijk van anderen, altijd dezelfde persoon bent. Maar in de interactie met anderen haal je nu eenmaal verschillende aspecten van jezelf naar boven. Zo ben je moeder, vader, partner, collega, vriendin, vriend, buurman, sportmaatje  en in elke relatie komt een ander stukje van jou in beeld.

Terug naar de drie basispatronen binnen relaties. De onbewuste vraag of je er mag zijn of er toe doet klinkt heel groot en dat is het ook. Het klinkt misschien ook zwaar als in: niemand loopt zich toch bewust de hele dag af te vragen mag ik er zijn, doe ik er toe? Toch heeft een heel groot deel van de mensen, ook zonder een traumatische jeugd, vaak deze basisvraag in zijn hoofd, zijn lijf, zijn cellen. Zonder dat ze zich dit realiseren. Zo kan het zijn dat wanneer er in een bepaalde setting groepjes worden gevormd (een werkgroep, een sportgroepje, een commissie) dat er onbewust door je hoofd kan schieten: vinden ze het wel leuk dat ik erbij ben? Kan ik wel goed genoeg werken, sporten, organiseren… om hierbij te passen?) Het kan een split second zijn, maar het schiet wel door je hoofd. 

‘Mag ik er zijn’ gaat over een onvoorwaardelijkheid, dat je voelt dat je je plek in mag nemen, leuk gevonden kan worden, mee mag doen zonder dat je er iets voor hoeft te doen of te kunnen. Ben je als mens leuk genoeg om door de kudde zonder voorwaarden geaccepteerd te worden? Als je diep van binnen niet zeker bent of je er toe doet, is dat terug te vinden in je gedrag en dus ook in hoe mensen op je reageren. Gedrag dat getypeerd wordt door als-dan of als-ik-niet-dan. 

  • Als ik lief ben dan mag ik meedoen (vinden ze me leuk, krijg ik niet op mijn donder etc.).
  • Als ik niet teveel vragen stel/lastig doe, dan mag ik meedoen (vinden ze me leuk, krijg ik niet op mijn donder etc.).
  • Alleen als ik hard werk waardeert mijn baas me/ vinden mijn collega’s me de moeite waard (vinden ze me leuk, krijg ik niet op mijn donder etc.).
  • Als ik mijn werk niet af heb dan kom ik in de problemen/word ik ontslagen/vinden mijn collega’s me lui etc. (dus neem ik het standaard mee naar huis). 

Het zijn allemaal overtrokken gedachten gestuurd vanuit twijfel en de overtuiging dat je voorwaardelijk in plaats van onvoorwaardelijk je plek veroverd. Je moet er iets voor doen, kunnen of laten. Hoe kun je ‘niet welkom’ zijn geweest? Natuurlijk is het niet vaak zo dat ouders je keihard zeggen: “eigenlijk hadden we geen zin in je”. Simpelweg omdat het niet zo ongenuanceerd ligt. Een zwangerschap kan bijvoorbeeld wel heel gewenst zijn, maar als ouders er emotioneel eigenlijk nog niet zo aan toe zijn, of er is sprake van ziekte of teveel werkstress of een andere reden waardoor een ouder mentaal en/of fysiek afwezig is, dan is dat voelbaar voor het kind. Als er geen of maar beperkt plek voor je was binnen het gezin, kan het zijn dat je dat als volwassene steeds maar weer goed moet/wil maken. Dat uit zich doordat je bijvoorbeeld overmatig veel plek inneemt (de schreeuwlelijk die gehoord wil worden, de lang- -van- stof-types, of de mensen die pas opgelucht adem kunnen halen als hun mening doorgevoerd wordt) of door nadrukkelijk aanwezig te zijn (het nodig hebben om op de voorgrond te staan), of door juist heel makkelijk je plek weg te geven en jezelf weg te cijferen. 

Symbiose en autonomie 

De hechtingstheorie maakt nog duidelijker hoezeer deze behoefte in al jouw cellen verankerd zit. Tijdens de zwangerschap ben je één met je moeder, en de periode na de geboorte voelt het nog steeds alsof je samen één bent. Een symbiose zoals dat heet. Als het goed is, voelt deze symbiose als veilig en gehecht. Er komt dan een punt dat je gaat ontdekken hé, ik heb handen en als ik die wil bewegen gebeurt er iets, maar mama doet niets. Oftewel, je gaat ontdekken dat je niet één bent met je moeder maar een individu, een uniek wezen. In dat stadium nog steeds vanuit de veilige schoot van je moeder. 

Door het voelen van zoveel veiligheid komt er een moment dat je wil gaan ontdekken wat je nog meer kan. Oftewel, je gaat je autonomie verkennen. Wat kan ik al alleen, durf ik de wereld in? 

In deze levensfase ben je ongeveer een jaar tot anderhalf jaar oud, een periode waarin je letterlijk je eerste stappen op eigen benen zet. Nu gaat het met die eerste stappen meestal wel goed. Ouders, opa, oma, iedereen staat te juichen over je ontwikkelingen en je voelt je enorm gesteund. Maar nog een jaartje verder wil je ook de straat uit, of op je driewieler over de stoep scheuren. 

En daar gebeurt iets cruciaals: word je in deze ontdekkingsfase gesteund en mag je de wereld gaan verkennen? Wordt er vertrouwd op je dat je het kan? Dan ontwikkel je een beeld van veilige hechting: ik mag ook zelf dingen en ik ben dan nog steeds welkom om terug te komen. Maar word je in die periode hardop of voelbaar van binnen omringd met ‘pas op, kijk uit, kun je dit wel, blijf jij maar hier’ of ‘wat ben je lastig, blijf gewoon eens stilstaan, doe wat ik zeg, af, blijf, zit en foei’, dan ga je van binnen het gevoel ontwikkelen dat het niet veilig is om zelf de wereld in te trekken.

Dat proces van autonomie en symbiose komt nog een paar keer terug in je leven. Zo tussen je vierde en zesde levensjaar ontstaan de eerste kleuter vriendschappen, en vaak zijn die intens. Niet voor niets noemen meisjes hun vriendinnetje op dat moment een BFF. Het voelt als voor altijd en eeuwig en het is allesomvattend. Dus wil je dezelfde kleren, bij elkaar logeren, blijven eten. Ook hier geldt: word je gesteund in je behoefte om even je eigen identiteit als het ware opzij te zetten voor de gezamenlijke identiteit, dan leer je: het is veilig om helemaal thuis te zijn bij een ander. Maar je hoort ouders en leerkrachten ook vaak zeggen: ‘ze moet niet teveel afhankelijk zijn van een vriendje, ze moet ook met anderen spelen’. Oftewel, de symbiose is niet oké, zelfstandigheid en onafhankelijkheid zijn wel oké. Maar je hebt het juist beide nodig voor een uitgebalanceerde zelfontplooiing. Er is een tijd voor het een en een tijd voor het ander. In de puberteit komt die pendel tussen autonomie en symbiose nog een keer terug, en vaak in de tijd van jongvolwassenheid ook nog een keer (studietijd). Periodes dat jongeren verdwijnen in de groep, dezelfde kleren willen dragen, tatoeages laten zetten of roken omdat de rest dat ook doet; beslist niet leren maar rondhangen met je vrienden. Ook hier weer: je experimenteert met symbiose en autonomie.

Veilig gehecht
Als je keer op keer mag opgaan in de ander en daarna ook weer je eigen weg mag gaan, dan ontwikkel je wat je ‘een houding van veilig gehecht zijn’ noemt. En dat helpt enorm in relaties. 

Met zo’n basis durf je ook een andere mening te hebben, je durft helemaal volop (al dan niet platonisch) verliefd te worden, je te hechten en ook weer op eigen benen te gaan staan. Maar als er in die cyclus van autonomie en symbiose een paar keer een hapering is geweest, dan ga je sjoemelen. Dan ga je niet vol voor een relatie of juist te vol. Dan durf je geen ruzie te maken of iets te doen wat de ander ontstemt. Of je wil juist helemaal op eigen benen staan en hebt zogenaamd niemand nodig. Iedereen heeft een andere balanspunt hierin, en die balanspunt is soms niet zo functioneel in een relatie.

Weglopen is een reactie op onveiligheid in de hechting. Jezelf klein maken en wegcijferen is daar eigenlijk een variant op, een andere reactie op ‘mag ik er zijn?’. In dat scenario gaat alles en iedereen voor, want jij bent niet echt belangrijk. Dat ben je natuurlijk wel, net als ieder mens dat is, maar zo voelt het van binnen niet. Dus maak je je onzichtbaar, zal je nooit maar dan ook helemaal nooit om salarisverhoging vragen (de gedachte alleen al!), een idee ter sprake brengen als het jouwe, zomaar een cadeautje voor jezelf kopen… Herkenbaar? Je bent vast al eens iemand tegengekomen die aan deze beschrijving voldoet.

Welkom ‘pain in the ass’ 

Een ander aspect van ‘mag ik er zijn’ gaat over of niet alleen jij, maar ook alles wat bij jou hoort er mag zijn. Bijvoorbeeld: ben je ook welkom geweest met je verdriet of boosheid? Mocht het er ook zijn als je bijvoorbeeld een seksuele voorkeur had die je ouders niet snapten, of je vriendenkeuze? En misschien gaat het niet eens direct over jou, maar zijn er andere thema’s in je gezin die er niet mochten zijn.

De keuze om te sleutelen

Jeetje, dat klinkt alsof we allemaal flink gedoemd zijn. F*cked up, om het maar even onbeleefd te zeggen, want (bijna) niemand heeft toch de 100% perfecte Mary Poppins jeugd gehad die jouw kleine jij nodig had? Inderdaad, ballast ervaart het grootste gedeelte van de bevolking, zowel in positieve als negatieve zin. Maar ballast is niet meteen hopeloos. In het geval van negatieve ballast betekent het gewoon bewustwording van de verbanden en een keuze krijgen om te gaan sleutelen. ‘Wie als kind gekreukeld is, zal als volwassene moeten strijken.’ Een mooie uitspraak die we ooit hoorden van een therapeut. Wat het zo prachtig impliceert, het gaat er niet om wat je gemist hebt, wat er niet goed was of wat er fout is gegaan. Het gaat erom hoe je anno nú met jezelf omgaat. En als er veel in jou gestuurd wordt door oude pijn of schrik, dan kun je je lichaam leren om dat nú niet meer te voelen. 

Welke plek neem jij in?

Een tweede belangrijk fundament in het aangaan van relaties is dat je kind kon en mocht zijn. Anders gezegd, wie is er groot, wie is er klein of mijn gelijk. Welke plek neem ik in?
Als je kijkt naar gezonde gezinsverhoudingen, dan is het in elk geval duidelijk dat er volwassenen aan het roer staan en jij als jonge pup daardoor een veilig nest hebt. Daarmee leer je dat er een natuurlijke ordening bestaat, waarbij ouders de leiders zijn, maar ook bijvoorbeeld oudere broers of zussen. Als er omstandigheden zijn waardoor een van al deze aanwezigen niet zijn natuurlijke plek kan innemen, gaan de anderen compenseren.

Velen onder ons hebben al veel te jong op eigen benen moeten staan. Daar bedoelen we niet mee dat je als vijfjarige je eigen brood moest smeren of voor je ouders moest koken, maar dat je de onbewuste instructie hebt gekregen dat je meer verantwoordelijkheid kreeg dan bij jouw leeftijd paste. Als jij op jonge leeftijd je ouders vaak moest troosten in plaats van andersom bijvoorbeeld. Meer verantwoordelijkheid hebben dan op dat moment bij je hoort komt ook vaak geheel en al uit het kind zelf, zoals volgend voorbeeld laat zien.

Mocht jij degene zijn die altijd (te)veel verantwoordelijkheid op zijn schouders neemt, dan herken je het misschien ook wel dat dat gek genoeg vaak niet gezien en/of niet gewaardeerd wordt. Het is voor anderen volkomen logisch dat jij je benen uit je lijf rent, want dat heb je altijd gedaan en dus valt het nauwelijks meer op. Of de andere kant op: mensen vinden dat je je er niet mee moet bemoeien of gaan je zelfs buitensluiten. 

Dus je werkt keihard om alles op rolletjes te laten verlopen maar in plaats van waardering krijg je niets terug, of misschien zelfs wel ondankbaarheid, gezanik of onbegrip. En dat is heel frustrerend. Hoe dat komt? Omdat, wanneer jij meer verantwoordelijkheid op je neemt dan eigenlijk natuurlijk is, anderen zich daaraan gaan ergeren. Het is alsof je door zoveel te willen dragen anderen diskwalificeert of iets van hun terreintje afsnoept. Anderen kunnen dit ook voelen als ‘klein maken’ of bemoeizucht. Daar sta je dan met je goede gedrag!

Neem de dame die al die jaren keihard bij een bedrijf werkte. Ze trok zich alles aan, ook al deed ze ‘alleen maar’ de administratie. Als er een klant ontevreden was lag zij ervan wakker. Dan dacht ze na over verbeteringen, probeerde collega’s bij te sturen. Ze hield in de gaten of haar collega’s geen steekjes lieten vallen en was als een spin in het web. Dacht ze zelf. Maar toen kreeg ze te horen dat ze haar werk niet goed deed. Wat misschien een klein beetje waar was, maar ja, ze had het ook zo druk met alles en iedereen om haar heen. Dat was toch ook wat waard? Nee dus, want toen ze uiteindelijk opgebrand was en ook nog eens niet mocht blijven, was het wel een bittere pil om te slikken.

Ben je vaak bezig met dingen die eigenlijk niet jouw verantwoordelijkheid zijn, dan heb je het:

    • hartstikke druk, zowel in doen en laten als in je hoofd
    • wordt het lang niet altijd gezien of gewaardeerd
    • en raak je op de lange termijn opgebrand

Een ander negatief effect in het heden, als gevolg van teveel zelfstandigheid op jonge leeftijd, kan zijn dat je enorm veel moeite hebt met autoriteit. Iets aannemen van een ander staat haaks op wat er bij wijze van spreken in al jouw cellen verankerd zit: ik doe het wel zelf want zo heb ik het altijd gedaan. Daarvan weet ik hoe het moet, dat kent mijn brein.

Als je zo gewend bent om voor jezelf te zorgen, jezelf te redden, voor je eigen veiligheid te zorgen dan is het een enorme klus om iets aan te nemen van een ander.
Het bekende voorbeeld van de eigenwijze werknemer die veel dingen inderdaad goed doet of het soms zelfs beter weet, maar niets aanneemt en onmogelijk aan te sturen is. Alles wordt beantwoord met een ‘ja maar’. Enorm frustrerend om mee te werken.

Het heeft dus vrijwel altijd een negatieve uitkomst, een ongezonde werkrelatie geboren uit te veel zelfstandigheid op jonge leeftijd. 

Familieopstellingen

Familieopstellingen zijn een vorm van Systemisch Werk en brengen jouw patronen aan het licht. Met familieopstellingen helpen wij jou om de niet direct zichtbare relaties tussen familieleden en de eventuele knelpunten daarin te herkennen. Je gaat daardoor ook het grotere plaatje zien van dat wat steeds weer in je leven als patroon terug komt. Doordat een opstelling ook een ‘nieuwe weg’ laat zien, geeft het een verander impuls waar mensen vaak nog lange tijd profijt van hebben.

NLP

Eenmaal diepgaande inzicht verworven in de invloed van jouw familie-systeem is het de methodiek NLP die je kan helpen ook daadwerkelijk verandering door te voeren. Zodat je niet ‘de oude plaat’ blijft draaien maar steeds meer en meer vrij bent om je pad vorm te geven zoals jij dat wil. En dát is voor ons de essentie van al onze opleidingen, en of je dan als eerste ingang NLP kiest, Systemisch Werk of Body-Mind om maar even de pijlers van ons instituut te noemen, het brengt je veel!