fbpx

NLP en Metaprogramma’s

Is het glas bij jou vaak halfvol of juist half leeg? Hoe laad jij jezelf op? Doe jij dat liever alleen of liever samen met anderen? Als je bezig bent met een project, heb jij dan liever eerst de details of juist de grote lijnen? Vaak hebben we geleerd hier een positief en soms ook minder positief label op te plakken. Het bewust worden van jouw metaprogramma’s en die van anderen heeft een ongelooflijk grote impact op je communicatie en persoonlijke ontwikkeling.

Centraal in de NLP staat het communicatiemodel dat uitlegt hoe het kan dat verschillende mensen dingen verschillend zien, doen en voelen. Metaprogramma’s zijn een onderdeel van die filters, ons onbewuste selectiemechanisme op informatie. En metaprogramma’s zitten zeer verstopt oftewel je past ze heel onbewust toe. 

 

Veel mensen zijn zich eigenlijk nauwelijks bewust van het feit dat iedereen dezelfde gebeurtenissen op een andere manier waarneemt. We zullen het in grote lijnen doorgaans wel eens zijn over de feiten, maar de wegen lopen al gauw uiteen waar het gaat om intenties en emoties. Misschien interpreteer jij een situatie als ‘Ik heb erg mijn best gedaan om op tijd te komen en dat is gelukt’ en ziet de ander ‘Nu ben je voor de zoveelste keer vijf minuten te laat’. Of jij vindt dat je je werk zeer behoorlijk doet en tijdens een functioneringsgesprek blijkt je leidinggevende daar anders over te denken. Staan jullie in dezelfde wereld? Voor een deel heeft dat te maken met het model van de waarneemposities maar er zijn meer filters die maken dat je soms heel anders naar een gebeurtenis kijkt. Wederom bepalen de filters welke informatie hoe wordt opgevat. Een van die filters noem ik de ‘sorteer stijlen’ maar heten officieel metaprogramma’s. Deze sorteer stijlen bepalen in belangrijke mate welke informatie je opneemt. Je zou denken dat dat voor iedereen hetzelfde is maar het blijkt dat je op heel veel kenmerken anders kunt scoren. 

Voorbeelden van verschil in sorteer stijlen zijn:

  • Gaat je aandacht het meest uit naar dingen/objecten of naar  mensen.
  • Werk je graag planmatig of juist meer ad hoc.
  • Kijk je (letterlijk en figuurlijk) eerst naar zwart/wit of eerst naar kleur. 
  • Heeft het je voorkeur om dingen alleen te doen of samen.
  • Zie je vooral de verbanden tussen dingen of kijk je naar losse elementen.
  • En ga zo maar door. 

Deze, en ook andere, zijn als het ware de regels die je brein gebruikt om informatie te ordenen. Deze sorteer stijlen maken ook of je iemand bent die eerst kijkt naar wat je zelf/alleen kunt doen of eerst bedenkt wat je samen kunt doen. En zo zijn er nog meer sorteer stijlen. Kijk je naar overeenkomsten of naar verschillen? Bijvoorbeeld: lees je in deze tekst steeds wat er allemaal niet voor je klopt of focus je op datgene waar je wel iets mee kunt? Lees je deze informatie gewoon van boven naar beneden of scan en scroll je wat? Zo zijn er meer sorteer stijlen die maken hoe je dingen aanpakt en waar je op let. Kennis van deze sorteer stijlen maakt dat je veel sneller patronen in je handelen en emoties gewaarwordt. En daarmee kun je natuurlijk veel meer begrip krijgen voor je eigen reacties. 

Er zijn ruim twintig metaprogramma’s. Kennis van de voorkeursstijlen maakt misschien niet direct dat je het kunt veranderen. Wel dat je meer begrijpt van je eigen reacties en de verschillen met mensen in je directe omgeving. Vanuit de wetenschap dat iedereen andere filters heeft om informatie te hanteren, kun je dan ook meer respect opbrengen voor ieders interpretatie. Je kunt als het ware respect opbrengen voor het model van de wereld dat een ander maakt aan de hand van de binnengekomen informatie. En ook; respect voor je eigen model van de wereld.

Er zijn dus verschillende metaprogramma’s. Voor de kenner: een gedeelte ervan is ontleend aan een in het bedrijfsleven veel gebruikte test, de Myers-Briggs Type Indicator (mbti). Dit is een test die gebaseerd is op persoonlijkheidstypen zoals de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung deze ontdekte. Volgens velen zijn deze persoonlijkheidstypen een betrekkelijk vast en dus niet zo gemakkelijk te veranderen gegeven. We hebben een selectie gemaakt en er is voldoende literatuur te vinden voor wie er nog meer over wil lezen.

Energie voorkeur

Deze sorteer stijl gaat over de vraag of je introvert of extravert bent. Daarmee worden niet de stereotypen druk of bedachtzaam bedoeld. Het gaat meer over de vraag of je mensen nodig hebt om je batterij op te laden of dat je dit liever in je eentje doet. Extraverte mensen halen energie uit de dingen om hen heen, de wereld van mensen en activiteiten. Introverte mensen halen energie uit de innerlijke wereld, uit ideeën, emoties en indrukken. Voor mij persoonlijk was dit een van de grootste ontdekkingen. Ik was altijd veel onder de mensen, had een vrij drukke en aanwezige manier van communiceren. En dus dacht ik dat ik extravert was. Door het onderscheid te leren hoe je weer kunt bijtanken, in aanwezigheid van mensen of juist alleen, ontdekte ik ook waarom ik zo vaak moe was. Ik had veel meer tijd nodig om alleen te zijn, in mijn eigen gedachtewereld. Mijn man laadt echter het beste op als hij onder de mensen is. Dus moe zijn betekent voor hem het signaal om de wereld in te gaan. Omdat we allebei heel anders opladen hebben we onze vrije tijd ook anders vormgegeven. Ik trek me eerder terug en hij zoekt juist meer de actie. En dat doen we dus niet meer allemaal samen! Om de twee typen duidelijk neer te zetten volgen hier beschrijvingen, die per definitie een generalisatie zijn, dus kijk wat je ermee kunt (en wanneer het voor jou niet helemaal klopt, is dat ook prima!). 

Extravert type:  

  • Houdt van afwisseling en actie.
  • Houdt van snelheid. 
  • Vindt langdurende of langzaam verlopende projecten vervelend. 
  • Is meer geïnteresseerd in de praktische uitvoering. 
  • Handelt vaak snel, soms impulsief. 
  • Beschouwt onderbrekingen zoals telefoontjes en onverwacht bezoek vaak als plezierig. 
  • Komt het beste op ideeën door gesprekken met anderen. 
  • Spreekt vaak enthousiast en luidruchtig. 
  • Reageert snel, denkt er niet lang over na. 
  • Praat vooral over zaken in de externe omgeving, over mensen, gebeurtenissen en andere omgevingsaspecten.  
  • Heeft soms het gevoel zich te moeten inhouden om gesprekken niet te gaan overheersen.
  • Geeft vaak de voorkeur aan mondelinge boven schriftelijke communicatie. 
  • Brengt in gesprekken gemakkelijk nog niet uitgewerkte gedachten of standpunten ter tafel.

Introvert type: 

  • Houdt van een rustige omgeving en kan zich daardoor goed concentreren. 
  • Vindt onafgebroken werken aan langlopende projecten meestal plezierig.
  • Is geïnteresseerd in achtergronden, onderliggende ideeën, theorieën en concepten. 
  • Handelt doordacht, en kan daarbij soms wat afwachtend zijn. 
  • Houdt doorgaans niet van onderbrekingen zoals telefoontjes.
  • Komt het best tot nieuwe ideeën door rustig na te denken. 
  • Spreekt rustig en ingetogen.
  • Denkt eerst na over een reactie of antwoord. 
  • Praat vooral vanuit eigen ideeën en gedachten.
  • Heeft soms het gevoel niet voldoende aan gesprekken deel te nemen. 
  • Houdt meer van tweegesprekken dan groepsgesprekken. 
  • Geeft de voorkeur aan schriftelijke boven mondelinge communicatie. 
  • Brengt meningen en conclusies pas naar voren als ze goed doordacht zijn.

Veel mensen zullen extravert persoon typeren als druk  en een introvert persoon als rustig. Maar dit hoeft dus helemaal niet zo te zijn, ook dat is weer vanuit stereotypen gedacht. Zo zijn er genoeg mensen die zich extravert zijn gaan gedragen vanuit sociaal wenselijke overwegingen. En andersom zijn er voldoende mensen te vinden die zich juist meer introvert zijn gaan gedragen terwijl dat niet bij ze past. Het gaat er dus misschien nog niet eens zozeer om hoe je je gedraagt als wel hoe je je zou willen gedragen. Wat past het beste bij je? Ga de komende tijd maar eens na wat het beste voor je zou werken wanneer je moe bent. Wil je je dan werkelijk terugtrekken of ben jij een type dat energie krijgt van actie en dynamiek? En luister je naar je voorkeur?

Voorbeeld hiervan: Haar zoon is veertien en ze heeft vaak strijd met hem. Ze denkt te weten wat hij nodig heeft en dat is bijvoorbeeld slaap. Dus moet hij op tijd naar bed en dat wil hij niet. Toen ze besloot het los te laten, kwam er een wonderlijke avond. Om half twaalf vroeg hij of ze nog zin had een wandeling te maken. En al lopend kwamen ze langs een café en wilde hij naar binnen. Hoewel haar eerste impuls was te zeggen dat dat natuurlijk niet kon (de volgende dag school enzo) ging ze toch. Met als gevolg dat ze een heel goed gesprek hadden. En ze ontdekte dat hij zijn wereld wel met haar wilde delen, maar op een moment dat voor hem klopte. En slaap was niet het belangrijkste wat hij nodig had.

Levens voorkeur

Dit metaprogramma gaat over de vraag hoe je je leven in de basis wil leiden. Wil je een gepland en georganiseerd leven of meer spontaan en flexibel? Het zal je misschien verbazen dat dit onderscheid gemaakt wordt maar dit hebben we niet zelf verzonnen. Het is, zoals gezegd, een onderscheid in de mbti-test. Het is namelijk echt niet zo dat georganiseerd en gepland leven beter is dan spontaan en flexibel, of andersom. Wat past het beste bij je en waar voel je je prettig bij?

Voorbeeld: Wanneer ze met vakantie gaat, dan heeft ze een week tevoren haar lijsten klaar. Voor elk gezinslid een lijst met wat er mee moet, een to-do lijst voor de laatste dag en een lijst voor de oppas voor huis en huisdieren. Helaas werkt niet iedereen in huis mee en dat geeft nog wel eens ruzie. Haar partner bedenkt het liefst een uur voor vertrek wat er gedaan moet worden. De kinderen hebben allebei een andere voorkeur: de een gelooft in last minute en de ander in goed gepland. En dat allemaal al voordat de vakantie überhaupt begonnen is.

Dit metaprogramma gaat dus over hoe je zaken aanpakt. Een vakantie of de organisatie van een verjaardagsfeestje, maar ook wat werk betreft gelden hier de twee verschillende voorkeuren. De vraag is: zou je er de voorkeur aan geven dat het gepland en keurig uitgewerkt gaat (judger) of heeft het je voorkeur om wat flexibeler te zijn (perceiver)?

De judger: 

  • Zal zaken bij voorkeur plannen en daarna volgens plan uitvoeren. 
  • Is meestal geneigd om noodzakelijke wijzigingen of nieuwe dingen gemakkelijk over het hoofd te zien. 
  • Zorgt ervoor dat zaken goed geregeld en afgerond worden. 
  • Is (pas) tevreden als een conclusie wordt bereikt of een beslissing is genomen.
  • Zoekt in beslissingen en uitvoering naar structuur en systematiek. 
  • Bespreekt zaken vaak aan de hand van ordelijke plannen, tijdsplanningen en lijstjes. 
  • Houdt niet van verrassingen en probeert deze zoveel mogelijk te vermijden. 
  • Laat over standpunten en beslissingen geen onduidelijkheid bestaan, houdt niet van open eindjes. 
  • Praat in termen van resultaten en vorderingen, zinvolheid en koers. 
  • Is sterk gericht op de taken die uitgevoerd moeten worden.

De perceiver: 

  • Is flexibel in het werk en past zich aan de omstandigheden aan. 
  • Is geneigd noodzakelijke maar onplezierige taken nog wel eens voor zich uit te schuiven.
  • Regelt zaken niet dicht, maar houdt openingen om op het laatste moment nog dingen te kunnen aanpassen.
  • Is nieuwsgierig van aard en blij met nieuwe invalshoeken op zaken, personen of situaties. 
  • Stelt beslissingen gemakkelijk uit omwille van het vinden van meer alternatieven of andere opties. 
  • Past zich gemakkelijk aan in veranderende situaties en vindt gebrek aan verandering vaak beklemmend. 
  • Heeft geen moeite met plannen en tijdsplanningen, maar houdt niet van harde ‘deadlines’.
  • Houdt van verrassingen en improviseert vaak. 
  • Verwacht vaak ook van anderen dat zij zich aanpassen aan de  situatie van het moment. 
  • Houdt van open eindjes met als mogelijkheid om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. 
  • Houdt van mogelijkheden en kansen, flexibiliteit en onafhankelijkheid. 
  • Is in groepen sterk gericht op de wijze van samenwerking in plaats van op de inhoud van de samenwerking.

Het richtings filter

Ieder mens beweegt zich in zijn brein vaak ergens vandaan of ergens naartoe. Het richtings filter heeft te maken met waar je je door laat sturen. Het gaat over de vraag of je je laat sturen door wat je wél wilt bereiken (benaderend) of door wat je wilt vermijden. Veel mensen zijn zich er niet van bewust hoezeer hun gedrag bepaald wordt door wat ze willen ontlopen. 

Vermijdende gedachten zijn: 

  • Ik ga niet van baan veranderen want dan krijg ik eerst een tijdelijk contract. 
  • We gaan op vakantie want anders vervelen de kinderen zich thuis zo.

Globaal bezien functioneren mensen of voornamelijk op basis van benaderen (dus waar je naartoe wilt en door beloning) ofwel op basis van vermijden (gedreven door wat je niet wilt, door afkeer en straf). En natuurlijk is dit ook contextafhankelijk en zijn er tussenvormen. Je komt er vaak achter door iemand te vragen wat hij wil in zijn leven; vaak zal hij zeggen wat hij wil of juist wat hij niet wil. Mensen met een voorkeur voor benaderen gaan in de richting van wat ze leuk vinden. Mensen met een voorkeur voor vermijden, vermijden de dingen die ze niet leuk vinden. Daarbij is het een niet beter dan het ander, het gaat erom wat voor jou werkt. 

Wat voorbeelden van benaderen zijn: 

  • Ik wil slank zijn want dan voel ik me aantrekkelijk.
  • Ik wil de marathon lopen want dat geeft me een kick. 
  • Ik wil een leuke relatie en genieten van het leven.

Voorbeelden van vermijden zijn: 

  • Ik wil niet dik zijn.
  • Ik wil de marathon lopen want ik wil geen ingedutte veertiger zijn.
  • Ik wil een leuke relatie want alleen is maar alleen.
  • Je kunt de volgende vragen stellen om erachter te komen of iemand benaderend of vermijdend ingesteld is. 
  • Wat is voor jou belangrijk in je werk? 
  • Wat is voor jou belangrijk in een relatie? 
  • Wat verwacht je van een vakantie? 
  • Wat is belangrijk in hetgeen je doet?

In de antwoorden die je op deze vragen krijgt, zal iemand zeggen wat hij wil of juist wat hij niet wil. Voor mensen die in de richting gaan van wat ze leuk vinden, werkt het om hen te motiveren met een doel. Straffen werkt averechts. Voor deze mensen werkt het ook niet om hen te confronteren met negatieve consequenties en dus wat er in bepaalde situaties fout kan gaan. Mensen die vooral vanuit vermijden functioneren, proberen weg te blijven bij dat wat ze niet leuk vinden. Ze zijn vaak het best te motiveren door hun angsten en negatieve consequenties te benadrukken. Beloningen helpen vaak onvoldoende om hen te motiveren. Overigens blijkt in de praktijk dat een basispatroon van vermijden vermoeiender is en meer verstarrend werkt dan het basispatroon van benaderen. Dit metaprogramma  heeft alles te maken met waar je voor in beweging komt en dus ook wat je doet stilstaan. Misschien is voor jou vaak de verkeerde methode toegepast. Kwam je voor ‘pas op, kijk uit, het kan misgaan’ misschien je bed niet uit, werd je daar zelfs dwars door. Of wellicht heb je juist altijd te veel vanuit belonen gewerkt terwijl dat niet functioneel voor je is. Ook hier geldt dat de twee uitersten elkaar vaak niet zo goed begrijpen. De persoon met de voorkeur voor benaderen is al gauw een positivo voor iemand met een voorkeur voor vermijden, om het maar even gechargeerd neer te zetten. Doe er je voordeel mee en begrijp nu beter waar je voor in beweging komt!

Het referentiekader filter

Dit metaprogramma heeft te maken met de manier waarop mensen de resultaten van hun handelingen evalueren. Hoe weet je dat je tevreden bent over iets? Hoeveel meningen van een ander heb je nodig om te weten dat je het goed doet of interesseert de mening van een ander je zogezegd geen moer? Weet je uit jezelf dat iets goed is, of vraag je het aan enkele anderen of zelfs aan meerdere? Hoe neem je beslissingen, dat is waar dit filter over gaat. De variaties die je hierin kunt herkennen zijn de volgende. 

Intern referentiekader 

Mensen met een volledig intern referentiekader beoordelen op interne processen. Deze mensen zul je horen zeggen ‘Ik weet het gewoon’ of ‘Ik weet het als het goed voelt’. Ze hebben hun eigen standaarden en normen en weten of ze het op basis hiervan goed of niet goed hebben gedaan. De mening van een ander is voor hun besluitvorming en evaluatie niet relevant. Dit zijn mensen die niet gemakkelijk te beïnvloeden en te sturen zijn door anderen.
Voorbeeld: Van gesprekken met haar baas werd ze altijd zenuwachtig. Hij gaf namelijk nooit aan of ze het goed deed of niet. Hij trok zich ook erg weinig van haar mening aan, zo leek het. Het was alsof hij zelf wel wist wat de koers was en zich daar weinig aan gelegen liet.

Extern referentiekader 

Mensen met een volledig extern referentiekader beoordelen en wegen op basis van externe factoren. Dat kan de mening van een ander zijn maar ook statistieken, cijfers of een beloning. Deze mensen zullen dingen zeggen als ‘Iemand moet het me vertellen’, ‘Ik kijk naar de cijfers’, of ‘Ik heb een beloning gekregen’ (bijvoorbeeld in de vorm van waardering). Ze richten zich tot anderen om gegevens over zichzelf te krijgen. Deze persoon wil om te kunnen beslissen weten wat anderen van hem vinden of wat anderen hebben gedaan. Mensen met een extern referentiekader zijn makkelijker te beïnvloeden. Het is ook niet altijd makkelijk voor deze mensen om een keuze te maken omdat er veel verschillende invloeden van buiten zijn. Als je een vooral extern referentiekader hebt en je krijgt niet de bevestiging (waardering, salaris, enthousiasme, wat ook voor jou de relevante prikkel moge zijn) dan wordt het onrustig bij je. Wanneer je werk bijvoorbeeld zo ingericht is dat je veel moet doen zonder externe referentie en enkel op eigen koers, dan gaat dat op den duur tegen je aard in. Ook privé verklaart dit voor veel mensen hoe relaties onbedoeld spanning kunnen geven. Bijvoorbeeld als de ene partner een intern referentiekader heeft en de ander een vooral extern.
Voorbeeld: Een man en een vrouw leven al jaren samen. Hij wordt niet warm of koud van een compliment van haar, terwijl zij hem er veel geeft. Aan de andere kant vraagt zij zich af waarom hij nou nooit eens uit zichzelf iets leuks of complimenteus zegt. Zijn antwoord: ‘Maar dat heb je toch niet nodig? Je weet toch zelf ook wel hoe goed je de dingen doet?’ Maar ja, ze heeft het dus wel nodig!

Naast deze twee basistypen zijn er ook nog de mensen met een intern referentiekader met externe check. Zij weten het van binnen maar hebben daarbij ook bevestiging nodig van iets of iemand in de buitenwereld. Aan de andere kant staan de mensen met een extern referentiekader met interne check. Deze nemen op basis van informatie van buiten beslissingen nadat ze ook nog even naar binnen gekeken hebben. 

Vragen die je kunt stellen:

  • Hoe weet je wanneer je je werk goed hebt gedaan? 
  • Weet je dit vanuit jezelf, of moet iemand anders het je vertellen?

Het antwoord zal luiden dat ze het van zichzelf weten van binnenuit of dat ze anderen vragen om het ze te vertellen. Een persoon met een sterk intern referentiekader zal doorgaan, ongeacht wat anderen ervan zeggen of denken. Een persoon met een sterk extern referentiekader zal alleen beslissingen nemen op basis van feedback van anderen. Wat zullen anderen ervan denken? Op het moment dat je je hier meer bewust van bent, wordt het makkelijker om beslissingen te nemen. Dus informeer ik vaak bij mensen die komen met de vraag hoe ze keuzes kunnen maken: ‘Hoe weet je dat je dat je de juiste keuze maakt?’ Iedereen heeft meer en minder belangrijke beslissingen genomen in zijn leven waar hij of zij ook achteraf bezien tevreden over was. Wanneer je in gedachten teruggaat naar een dergelijk moment kun je je afvragen: hoe wist ik wat ik moest kiezen? En als het antwoord samenhangt met een extern referentiekader, kun je je vervolgens afvragen wat die externe referentie vormde. Misschien een specifiek persoon, een expert, of statistieken enzovoort. En die vorm van referentie kun je wellicht in de toekomst nog eens gebruiken. Wanneer je weet dat je een besluit nam op basis van interne referentie, kun je je afvragen hoe je dan voelde dat dit het juiste besluit was. Ook díe referentie (dat gevoel of die gedachte) kun je dan in de toekomst vaker bewust gebruiken als check!

Zijn deze metaprogramma’s het antwoord op alle levensvragen? Nee natuurlijk niet. Metaprogramma’s maken niet in één klap alles helder. Je kunt er wél meer begrip en respect voor je eigen manier van denken mee leren opbrengen. Je bent niet gek, je hebt bepaalde voorkeuren in informatieopname die talloze mensen met je delen. In de tweede plaats kun je er meer gebruik van gaan maken en je leven inrichten op je voorkeursstijlen. Houd je meer van een open planning en heb je een hekel aan overzicht en orde, wordt dan geen boekhouder. Houd je juist wél van structuur en duidelijkheid, kies dan geen beroep waarbij improvisatie aan de orde van de dag is. Geen ronde deksels op vierkante doosjes, kies wat past en niet wat anderen logisch vinden! Wat overigens bij deze sorteer stijlen nog van belang is om te weten, is dat deze in aanleg absoluut niet dezelfde hoeven te zijn als bij je ouders. Zo heeft mijn zoon heel andere sorteer stijlen dan ik en sta ik vaak te kijken van wat hij wel (en niet) opneemt. Hoe meer je je daarvan bewust bent, hoe beter je ook kunt begrijpen hoe je je wellicht vroeger ‘anders’ hebt gevoeld terwijl dat vooral in dit type van sorteer stijlen zat. Misschien was jij niet snel tevreden, wilde je altijd het naadje van de kous weten en vonden mensen je een lastpak. Of andersom, misschien had je de grote lijnen al snel door en vond je de rest wel best en werd je daarom dromerig genoemd.
Voorbeeld: Ze voelde heel goed aan wat haar kinderen nodig hadden. Alleen: breng het maar eens goed onder woorden, beargumenteerd en wel. Dat lukte niet zo best, en dus haalde ze steeds bakzeil want haar man kon het wel beredeneren. Tot ze leerde dat uit intuïtie ook logica kan volgen, alleen in een andere taal. 

Een andere goede manier om je bewust te worden van je informatieverwerking is om eens te kijken naar energie en vermoeidheid. Grote kans dat je vaak moe bent wanneer je dingen moet doen die tegen je basis voorkeuren en je natuurlijke sorteer stijlen ingaan. Ben jij extravert en wil je partner vaak een rustige avond in plaats van lekker met vrienden op stap, dan kost jou dat op termijn energie. Ben je iemand die graag in grote lijnen denkt maar vraagt je werk erom dat je veel aandacht aan details besteedt, dan is de kans groot dat je hier moe van wordt. Andersom geldt natuurlijk ook dat je, wanneer je voorkeur uitgaat naar planmatig overzicht en aandacht voor details maar je functioneert op een plek waar dat niet aan de orde is, dat waarschijnlijk niet zult volhouden. Onze natuurlijke aard om dingen op een bepaalde manier aan te pakken kan een tijdje onder druk staan, maar uiteindelijk moet jouw gebruiksaanwijzing wel enigszins recht gedaan worden. Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te geven waarin je voorkeursstijl onder druk komt te staan: krijg je graag externe bevestiging en werk je vooral alleen, dan is de kans groot dat je iets tekort komt. En andersom: wanneer je weinig behoefte hebt aan bevestiging, zul je wellicht niet snappen dat een collega of je partner dat wel wil. In jouw beleving kan het dan al gauw op zeuren lijken wanneer iemand steeds weer bevestiging vraagt. Denk maar aan relaties waarin een van beide partners zegt: ‘Je weet toch dat ik van je hou?!’ Sommige mensen moeten dat (vaak) horen wil het door hun sorteersysteem heen komen.